1. Degene die winkelwagens ter beschikking stelt is verplicht:

    1. de winkelwagens te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken,

    2. achtergelaten winkelwagens terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf, en

    3. ervoor te zorgen dat de winkelwagens na winkelsluitingstijdstip niet onbeheerd op een openbare plaats achterblijven.

  2. Het is verboden een winkelwagen na gebruik onbeheerd op een openbare plaats of in het openbaar water achter te laten.

  3. Het is verboden zich met een winkelwagen op de weg te bevinden buiten de onmiddellijke omgeving van het bedrijf, of als het bedrijf is gelegen in een winkelcentrum, buiten de onmiddellijke omgeving van het winkelcentrum. Als onmiddellijke omgeving van het bedrijf of winkelcentrum wordt aangemerkt de weg of het weggedeelte, grenzend aan het bedrijf of winkelcentrum en ook een aan die weg of dat weggedeelte aansluitende parkeerplaats.

  4. Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet.