-
Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.
-
Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.
-
Het is verboden een krachtens artikel 2:28 gesloten openbare inrichting of terras te betreden.
-
Het is verboden een krachtens artikel 2:55 gesloten gebouw of erf te betreden.
-
Het verbod geldt niet voor personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende redenen noodzakelijk is.
Algemene plaatselijke verordening gemeente Alkmaar BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid
Paragraaf Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Paragraaf Manifestaties
Paragraaf Vertoningen en dergelijke op de weg
Paragraaf Veiligheid op of in het openbaar water
Paragraaf Veiligheid op de weg
Paragraaf Afdeling 2 Evenementen en voetbalwedstrijden
Paragraaf Toezicht op openbare inrichtingen
Paragraaf Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Paragraaf Toezicht op speelgelegenheden
Paragraaf Afdeling 4 Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Paragraaf Afdeling 5 Bestrijding van heling van goederen
Paragraaf Afdeling 6 Verbod vuurwerk afsteken en carbidschieten
Paragraaf Afdeling 7 Drugsoverlast
Paragraaf Afdeling 8 Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Andere onderwerpen over de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Paragraaf
Artikel 2:33
Plakken en kladden
-
Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.
-
Het is verboden op een openbare plaats of op een (on)roerende zaak:
een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding op welke manier dan ook aan te brengen of aan te laten brengen of
met water, kalk, krijt, teer, een kleur- of verfstof of op andere manier een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of aan te laten brengen. Dit verbod geldt niet voor zover er sprake is van recreatief gebruik van krijt op een openbare plaats en de openbare orde niet wordt verstoord of dreigt te worden verstoord.
-
Het verbod in het tweede lid geldt niet als:
wordt gehandeld krachtens wettelijk voorschrift;
wordt gehandeld met schriftelijke toestemming van de rechthebbende op de openbare plaats of de zaak, of
het aanbrengen of laten aanbrengen geschiedt op een plaats die vanaf de openbare plaats niet zichtbaar is.
-
Het college kan aanplakobjecten aanwijzen die alleen zijn bestemd voor het aanbrengen van meningsuitingen die geen reclame zijn.
-
Het college kan voor het gebruik van de aangewezen aanplakobjecten nadere regels stellen mits deze geen betrekking hebben op de inhoud van de meningsuiting.
Artikel 2:34
Vervoer aanplakgereedschap
-
Het is verboden op een openbare plaats of op het openbaar water enig aanplakbiljet, plakmiddel, plakgereedschap, hogedrukreiniger, kalk, krijt, teer, kleur- of verfstof of verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben.
-
Het verbod geldt niet als aannemelijk is dat deze voorwerpen of stoffen niet zijn gebruikt of bestemd voor handelingen die op grond van artikel 2:33 zijn verboden.
Artikel 2:35
Vervoer inbrekerswerktuigen en geprepareerde voorwerpen
-
Het is verboden op een openbare plaats of het openbaar water een werktuig, gereedschap of ander voorwerp te vervoeren of bij zich te hebben, dat ertoe kan dienen zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.
-
Het is verboden op een openbare plaats of het openbaar water in de nabijheid van een winkel een tas of andere zaak te vervoeren of bij zich te hebben, die er kennelijk toe dient om het plegen van diefstal uit winkels te vergemakkelijken.
-
De verboden gelden niet als redelijkerwijs aannemelijk is dat de in het eerste en tweede lid bedoelde zaken niet zijn bestemd voor de daar bedoelde handelingen.
Artikel 2:36
Hinderlijk gedrag en straatintimidatie op openbare plaatsen
-
Het is verboden:
op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, heining of andere afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd straatmeubilair;
zich op een openbare plaats of het openbaar water op te houden op een manier die voor andere gebruikers of omwonenden onnodig overlast of hinder veroorzaakt.
-
Het verbod geldt is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de artikelen 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2:37
Verboden gebruik van drank
-
Het is verboden op een openbare plaats of op openbaar water alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben als dit gepaard gaat met gedrag dat de openbare orde verstoort, het woon- en leefklimaat aantast of op een andere manier overlast veroorzaakt.
-
Het is verboden op door de burgemeester aangewezen openbare plaatsen of op openbaar water alcoholhoudende drank te nuttigen of bij zich te hebben in aangebroken flessen, blikjes en dergelijke.
-
Het in het tweede lid bedoelde verbod geldt niet op een terras als bedoeld in artikel 2:18, eerste lid en onder c.
-
De burgemeester kan plaatsen en tijden aanwijzen waarop het in het tweede lid bedoelde verbod niet geldt.
-
Het verbod in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 27 van de Scheepvaartverkeerswet, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 45 van de Alcoholwet.
Artikel 2:38
Verboden gebruik van lachgas
-
Het is verboden op een openbare plaats lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of voorwerpen of stoffen bestemd voor dat gebruik bij zich te hebben, als dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of op een andere manier hinder veroorzaken.
-
Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of voorwerpen of stoffen bestemd voor dat gebruik bij zich te hebben.
Artikel 2:38a
Messen en steekwapens
-
Het is verboden op een openbare plaats, het openbaar water of in voor publiek toegankelijke gebouwen gebruiksmessen zonder duidelijk en legitiem doel bij zich te hebben.
-
Het verbod geldt niet voor wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie en geldt ook niet voor gebruiksmessen die zodanig zijn ingepakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik geschikt zijn.
Artikel 2:38b
Slapen op of aan de weg
-
Het is verboden de weg als slaapplaats te gebruiken of op een openbare plaats of het openbaar water een voertuig, vaartuig, woonwagen, tent of ander onderkomen als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daarvoor gelegenheid te bieden.
-
Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.
-
Het verbod geldt niet voor een vaartuig waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 3:3 van de Verordening fysieke leefomgeving is verleend of als de Beleidsregel inzake vissend overnachten aan het water van toepassing is.
-
Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de aanvraag om een ontheffing als bedoeld in het tweede lid.
Artikel 2:39
Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen en voor publiek toegankelijke ruimten
-
Het is anderen dan de bewoners of gebruikers van een gebouw verboden:
zonder redelijk doel tegen een deur, raam of vensterbank te zitten, te liggen, te leunen of zich op een andere manier hinderlijk op te houden in de onmiddellijke omgeving van dat gebouw;
zonder redelijk doel of op voor anderen kennelijk hinderlijke manier zich op te houden in de voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte(n) van dat gebouw.
-
Het is verboden zonder redelijk doel of op voor anderen kennelijk hinderlijke manier zich op te houden in of bij een portiek, een portaal, een parkeergarage, een rijwielstalling of een soortgelijke, voor publiek toegankelijke ruimte of deze ruimte te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor zij is bestemd.
Artikel 2:40
Doen van natuurlijke behoefte
Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten de daarvoor bestemde plaatsen.
Artikel 2:41
Verontreiniging door honden
-
Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.
-
De verplichting om uitwerpselen van een hond onmiddellijk te verwijderen is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.
Artikel 2:43
Overlast van fiets of bromfiets op markt en evenemententerrein en dergelijke
Het is verboden zich op door het college of de burgemeester aangewezen uren en plaatsen, met een fiets of bromfiets te bevinden op een door het college of burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering, evenement, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan bezoekers van het terrein.
Artikel 2:44
Gevaarlijke honden
-
Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander.
-
De eigenaar of houder van een hond aan wie een aanlijngebod is opgelegd, moet de hond kort aangelijnd houden, met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.
-
De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting bedoeld in het tweede lid verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf die:
vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen;
door een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is, en
zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.
-
Het is verboden te handelen in strijd met een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod.
-
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond op zijn terrein zonder muilkorf te laten loslopen als de burgemeester een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd als bedoeld in het eerste lid of heeft meegedeeld dat hij de hond gevaarlijk acht, of als de hond is opgeleid voor bewakings-, opsporings- en verdedigingswerk.
-
6. Het in het vierde lid genoemde verbod geldt niet als:
op een vanaf de weg zichtbare plaats een naar het oordeel van de burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht;
het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder het terrein te betreden; en
het terrein is voorzien van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen.
-
Een hond als bedoeld in het eerste lid dient te zijn voorzien van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door een microchip die met een chipreader afleesbaar is.
Artikel 2:44a
Loslopende honden
-
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:
op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op andere door het college aangewezen plaatsen;
binnen de bebouwde kom als de hond niet is aangelijnd; of
buiten de bebouwde kom op door het college aangewezen plaatsen als de hond niet is aangelijnd; of
als de hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiekenmerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.
-
Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b en c, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
-
De verboden in het eerste lid, aanhef en onder a, b en c, zijn niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond:
die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden en de hond als zodanig is gekwalificeerd, of
die deze hond gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
Artikel 2:45
Bedelarij
Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op een openbare plaats of aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw om geld of andere zaken te bedelen.
Artikel 2:45a
Geluidhinder door motorvoertuigen en bromfietsen
Het is verboden zich op de weg met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te gedragen, dat daardoor voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder ontstaat.