1. Het is anderen dan de bewoners of gebruikers van een gebouw verboden:

    1. zonder redelijk doel tegen een deur, raam of vensterbank te zitten, te liggen, te leunen of zich op een andere manier hinderlijk op te houden in de onmiddellijke omgeving van dat gebouw;

    2. zonder redelijk doel of op voor anderen kennelijk hinderlijke manier zich op te houden in de voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte(n) van dat gebouw.

  2. Het is verboden zonder redelijk doel of op voor anderen kennelijk hinderlijke manier zich op te houden in of bij een portiek, een portaal, een parkeergarage, een rijwielstalling of een soortgelijke, voor publiek toegankelijke ruimte of deze ruimte te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor zij is bestemd.