1. Het is verboden op een openbare plaats of op openbaar water alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben als dit gepaard gaat met gedrag dat de openbare orde verstoort, het woon- en leefklimaat aantast of op een andere manier overlast veroorzaakt.

  2. Het is verboden op door de burgemeester aangewezen openbare plaatsen of op openbaar water alcoholhoudende drank te nuttigen of bij zich te hebben in aangebroken flessen, blikjes en dergelijke.

  3. Het in het tweede lid bedoelde verbod geldt niet op een terras als bedoeld in artikel 2:18, eerste lid en onder c.

  4. De burgemeester kan plaatsen en tijden aanwijzen waarop het in het tweede lid bedoelde verbod niet geldt.

  5. Het verbod in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 27 van de Scheepvaartverkeerswet, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 45 van de Alcoholwet.