-
Het is verboden op een openbare plaats of het openbaar water zich samen met anderen te begeven naar of deel te nemen aan een samenscholing, zich onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.
-
Een ieder die op een openbare plaats of het openbaar water:
aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of
zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing,
-
is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie of een buitengewoon opsporingsambtenaar van unit Veiligheid, team Handhaving zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.
-
Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op een openbare plaats of het openbaar water die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.
-
Het is verboden op een openbare plaats, openbaar water of in een voor publiek toegankelijk gebouw of vaartuig een voorwerp of stof bij zich te hebben, te dragen of te vervoeren waarvan aannemelijk is dat deze is meegebracht of aanwezig is om de openbare orde of veiligheid te verstoren.
-
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid.
-
Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet openbare manifestaties.
-
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Algemene plaatselijke verordening gemeente Alkmaar BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid
Paragraaf Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Paragraaf Manifestaties
Paragraaf Vertoningen en dergelijke op de weg
Paragraaf Veiligheid op of in het openbaar water
Paragraaf Veiligheid op de weg
Paragraaf Afdeling 2 Evenementen en voetbalwedstrijden
Paragraaf Toezicht op openbare inrichtingen
Paragraaf Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Paragraaf Toezicht op speelgelegenheden
Paragraaf Afdeling 4 Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Paragraaf Afdeling 5 Bestrijding van heling van goederen
Paragraaf Afdeling 6 Verbod vuurwerk afsteken en carbidschieten
Paragraaf Afdeling 7 Drugsoverlast
Paragraaf Afdeling 8 Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Andere onderwerpen over de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Hoofdstuk
Artikel 2:2
Verblijfsontzegging
-
De burgemeester kan, in het belang van de openbare orde of veiligheid, een verbod opleggen aan degene die de openbare orde of veiligheid verstoort om zich tijdens een in dat verbod genoemd tijdvak te bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen. Dit verbod geldt voor de duur van de in de bekendmaking van het verbod genoemde periode die ten hoogste twaalf weken kan bedragen.
-
Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd verbod.
-
De burgemeester gaat niet over tot aanwijzing van gebieden waarvoor een verblijfsontzegging kan gelden, of tot omschrijvingen van overtredingen die tot een verblijfsontzegging kunnen leiden, dan na overleg op grond van artikel 13 van de Politiewet 2012.
-
De burgemeester stelt nadere regels over de toepassing van dit artikel en de omstandigheden die kunnen leiden tot een verblijfsontzegging.
Artikel 2:3
Manifestaties
-
De organisator van een manifestatie op een openbare plaats of het openbaar water stelt ten minste 24 uur vóór de aanvang de burgemeester schriftelijk in kennis van het houden daarvan.
-
De kennisgeving bevat in ieder geval:
de naam, het adres, het telefoonnummer en het e-mailadres van de organisator;
de datum waarop de manifestatie wordt gehouden en het tijdstip van het begin en het einde van de manifestatie;
de aard van de manifestatie;
de plaats en, voor zover van toepassing, het vertrekpunt en de route;
het verwachte aantal deelnemers; en
de door de organisator te nemen maatregelen om een ordelijk verloop van de manifestatie te waarborgen.
-
De organisator ontvangt een bewijs van de kennisgeving.
-
Als het tijdstip van de manifestatie valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip voorafgaande werkdag.
-
De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het eerste lid genoemde termijn verkorten en de schriftelijke kennisgeving in behandeling nemen.
Artikel 2:4
Straatartiest en dergelijke
-
Het is verboden voor publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar of filmoperateur op te treden.
-
Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing als:
met ten hoogste vijf personen wordt opgetreden;
geen draaiorgels of geluidversterkende apparatuur wordt gebruikt;
het optreden niet langer duurt dan een half uur achtereen op dezelfde plaats, waaronder wordt verstaan iedere plaats die ligt op minder dan 100 meter afstand van een plaats waar in de twee voorafgaande uren is opgetreden;
er niet actief wordt gecollecteerd; en
de muziek niet wordt gemaakt tussen 21.00 en 08.00 uur in winkelgebieden en tussen 20.00 en 13.00 uur in de overige delen van de gemeente.
-
De burgemeester kan het bepaalde in het tweede lid beperken tot bepaalde dagen en uren.
-
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.
Artikel 2:5
Veiligheid op of in het openbaar water
-
Het is verboden zich op of in het openbaar water zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.
-
Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet.
-
Degene aan wie een aanwijzing in het belang van de openbare orde en veiligheid ter voorkoming van gevaar, schade of hinder in de havens en in of op het gemeentelijk vaarwater in Alkmaar is gegeven volgt de aanwijzing onmiddellijk op.
Artikel 2:5a
Oogmerkbepaling
De bepalingen in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op de openbare orde en veiligheid.
Artikel 2:6
Winkelwagens
-
Degene die winkelwagens ter beschikking stelt is verplicht:
de winkelwagens te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken,
achtergelaten winkelwagens terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf, en
ervoor te zorgen dat de winkelwagens na winkelsluitingstijdstip niet onbeheerd op een openbare plaats achterblijven.
-
Het is verboden een winkelwagen na gebruik onbeheerd op een openbare plaats of in het openbaar water achter te laten.
-
Het is verboden zich met een winkelwagen op de weg te bevinden buiten de onmiddellijke omgeving van het bedrijf, of als het bedrijf is gelegen in een winkelcentrum, buiten de onmiddellijke omgeving van het winkelcentrum. Als onmiddellijke omgeving van het bedrijf of winkelcentrum wordt aangemerkt de weg of het weggedeelte, grenzend aan het bedrijf of winkelcentrum en ook een aan die weg of dat weggedeelte aansluitende parkeerplaats.
-
Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet.
Artikel 2:7
Hinderlijke voorwerpen, modder of stoffen op de weg of openbare plaats
-
Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige manier dat aan weggebruikers het vrije uitzicht wordt belemmerd of voor hen hinder of gevaar oplevert.
-
Het is, onverminderd het bepaalde in bestaande wettelijke bepalingen, verboden op, aan of boven een weg voorwerpen, modder of stoffen, die aanleiding kunnen geven tot verontreiniging, beschadiging of slechte afwatering van de weg, of tot gevaarlijke situaties op de weg, aldaar in directe of indirecte zin te plaatsen, te werpen, uit te gieten, over te brengen, te laten afvloeien, te laten vallen of daarop te laten. De in de eerste zin genoemde voorwerpen of stoffen dienen onmiddellijk of op aanwijzing van een ambtenaar van politie of een toezichthouder te worden verwijderd.
-
Het is ook verboden op, aan of boven het voor voetgangers of (brom)fietsers bestemde deel van de openbare plaats voorwerpen of stoffen aan te brengen of te hebben als deze door hun omvang, vormgeving, constructie of plaats van bevestiging hinder of gevaar opleveren.
-
Het verbod in het derde lid geldt niet voor prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25 m uit de uiterste rand van de weg, op van de weg af gerichte delen van een afscheiding zijn aangebracht
-
Het verbod in het derde lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2:8
Veiligheid op het ijs
-
Het is verboden:
voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen;
bakens of andere voorwerpen voor de veiligheid geplaatst op de onder a. bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.
Artikel 2:9
Plaatsen van zaken bij samenkomsten
Het is verboden bij openbare samenkomsten en vermakelijkheden op door de burgemeester aangewezen tijden en plaatsen zaken op of aan de weg te plaatsen of te hebben.
Artikel 2:10
Begripsomschrijvingen
-
In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
bioscoop-, theater- of muziekvoorstellingen, voor zover deze worden gehouden in gebouwen die daarvoor zijn bestemd of overwegend worden gebruikt;
markten in de zin van artikel 160, eerste lid en onder g, van de Gemeentewet en snuffel- en themamarkten in de zin van artikel 4:3;
activiteiten in een inrichting in de zin van de Alcoholwet die passen binnen de reguliere vergunde activiteiten van deze inrichting;
kansspelen in de zin van de Wet op de kansspelen;
manifestaties in de zin van artikel 2:3;
sportwedstrijden, niet zijnde free, cage-, en ultimate fight evenementen of daarmee vergelijkbare evenementen, die plaatsvinden op of in daarvoor bestemde terreinen of gebouwen, voor zover betrekking hebbend op reguliere wedstrijden in clubverband;
voetbalwedstrijden in de zin van artikel 2:12;
het optreden van een straatartiest en dergelijke in de zin van artikel 2:4.
-
Onder evenement wordt ook verstaan:
een braderie;
een circus;
een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;
een optocht, niet zijnde een manifestatie in de zin van artikel 2:3;
een rommelmarkt.
Artikel 2:11
Evenementen
-
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te houden.
-
De burgemeester kan in verband met de voorbereidingstijd van het evenement afwijken van de indieningstermijn als bedoeld in artikel 1:3 of voor bijzondere, periodiek terugkerende evenementen afzonderlijk bepalen op welk tijdstip de aanvraag wordt ingediend.
-
De burgemeester draagt zorg voor een onpartijdige en transparante verlening van beschikbare vergunningen.
-
Geen vergunning is vereist voor bepaalde, door de burgemeester aangewezen, categorieën van evenementen.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als:
het evenement een onevenredig groot beslag legt op de beschikbare ruimte of tijd of de inzet van hulpdiensten;
van het evenement een onevenredige belasting voor het woon- of leefklimaat in de omgeving is te verwachten;
de inhoud of uitstraling van het evenement niet past in het evenementenbeleid, het imago of de belangen van Alkmaar;
het evenement in strijd is met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan.
-
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin wordt voorzien door artikel 10 in samenhang gelezen met artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994.
-
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Artikel 2:12
Begripsomschrijving voetbalwedstrijd
-
Voor de toepassing van artikel 2:13 tot en met 2:18 wordt onder organisator verstaan:
de betaald voetbalorganisatie, als het gaat om een voetbalwedstrijd waarbij een elftal van de betaald voetbalorganisatie als thuisspelende ploeg is betrokken, uitgezonderd wedstrijden buiten enig competitieverband tegen een amateurvoetbalorganisatie;
de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond, als het gaat om een voetbalwedstrijd tussen voetbalorganisaties afkomstig van buiten de gemeente Alkmaar, waarbij tenminste één betaald voetbalorganisatie is betrokken;
degene die buiten de gevallen genoemd onder a en b een voetbalwedstrijd organiseert waarbij tenminste één binnenlandse of buitenlandse betaald voetbalorganisatie is betrokken.
-
Voor de toepassing van de artikelen 2:18 tot en met 2:23 wordt onder voetbalwedstrijd verstaan: een voetbalwedstrijd georganiseerd door een organisator als bedoeld in het vorige lid.
-
Voor de toepassing van de artikelen 2:18 tot en met 2:23 wordt onder stadion verstaan: de locatie waar de organisator een voetbalwedstrijd organiseert.
-
Onder de omgeving van het voetbalstadion wordt verstaan: het stadionterrein rondom het voetbalstadion gelegen aan de Stadionweg 1 en de parkeerterreinen P1 tot met P9, het trottoir en fietspad van de Ommering (vanaf de Vondelstraat tot aan de Bestevaerstraat), het bedrijventerrein Boekelermeer en de ontsluitingsweg van het voetbalstadion (inclusief de twee kleine rotondes).
Artikel 2:13
Vergunningplicht voetbalwedstrijden
-
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een voetbalwedstrijd te organiseren. Een vergunning kan meerdere voetbalwedstrijden betreffen.
-
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Artikel 2:14
Indienen aanvraag
In de aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:13 worden in ieder geval vermeld:
de gegevens van de organisator;
de deelnemende voetbalorganisatie(s);
de geplande datum, tijdstip en locatie van de wedstrijd(en).
Artikel 2:15
Verwijderingsplicht voetbalsupporters
Personen die zich door kleding, uitrusting of gedragingen manifesteren als voetbalsupporters en tegen wie het vermoeden bestaat dat zij van plan zijn de orde te verstoren, zijn verplicht zich op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie met inachtneming van diens aanwijzingen, naar een in het bevel aangegeven plaats, of buiten de gemeentegrenzen te begeven.
Artikel 2:16
Stadionomgevingsverbod
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan een persoon schriftelijk het verbod opleggen zich niet op te houden in de omgeving van het voetbalstadion vanaf 4 uur voor het vastgestelde aanvangstijdstip van een voetbalwedstrijd in het stadion tot 4 uur na afloop van de voetbalwedstrijd. Het verbod geldt voor een bepaalde periode die niet langer is dan 24 maanden.
Artikel 2:17
Supportersstromen
-
Degenen die behoren tot de supportersaanhang van een betaald voetbalclub en dat door bijvoorbeeld kleding, uitrusting, gedragingen of op een andere manier kenbaar maken en in het bezit zijn van een geldig toegangsbewijs voor de te spelen wedstrijd, zijn verplicht in omstandigheden als bedoeld in artikel 175 van de Gemeentewet op eerste aanzegging van de politie om hun weg naar het stadion te vervolgen.
-
Degenen die behoren tot de supportersaanhang van een betaald voetbalclub en dat door bijvoorbeeld kleding, uitrusting, gedragingen of op een andere manier kenbaar maken, zijn verplicht in omstandigheden als bedoeld in artikel 175 van de Gemeentewet op eerste aanzegging van de politie om direct na afloop van de wedstrijd te vertrekken uit de gemeente, behalve als zij wonen in de gemeente Alkmaar.
-
Degenen die behoren tot de supportersaanhang van een betaald voetbalclub en dat door bijvoorbeeld kleding, uitrusting, gedragingen of op een andere manier kenbaar maken en op een of andere manier de openbare orde verstoren of dreigen te verstoren of racistisch gedrag vertonen of racistische uitlatingen doen, zijn verplicht zich in omstandigheden als bedoeld in artikel 175 van de Gemeentewet op eerste aanzegging van de politie buiten de gemeentegrenzen te begeven in de door de politie aan te geven route en richting, behalve als zij wonen in de gemeente Alkmaar.
Artikel 2:18
Ordeverstoring
-
Het is verboden bij evenementen of voetbalwedstrijden de orde te verstoren.
-
Het is verboden bij evenementen of voetbalwedstrijden wapens die behoren tot categorie I, II, III en IV van de Wet wapens en munitie of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt op zodanige manier mee te voeren dat de openbare orde of veiligheid in gevaar komt of kan komen.
-
Eenieder is verplicht bij evenementen of voetbalwedstrijden alle aanwijzingen van ambtenaren van politie, brandweer of van de unit Veiligheid, team Handhaving in het belang van de openbare orde of veiligheid terstond en stipt op te volgen.
Artikel 2:19
Begripsbepalingen
-
In deze afdeling wordt verstaan onder:
bijeenkomsten van persoonlijke aard: bijeenkomsten, met een veelal feestelijk karakter, waarbij meestal alcoholhoudende drank wordt genuttigd, gehouden door direct aan de vereniging verbonden leden en die geen direct verband houden met de activiteiten van de paracommerciële rechtspersoon, zoals bruiloften, feesten, partijen, recepties, jubilea, verjaardagen, bedrijfsfeesten, koffietafels, condoleancebijeenkomsten en dergelijke.
openbare inrichting:
een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis, sportkantine of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt. Onder openbare inrichting wordt ook verstaan een bij deze inrichting behorend terras en andere aanhorigheden,
een afhaal- en/of bezorgzaak, waaronder wordt verstaan de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was uitsluitend voor gebruik elders dan ter plaatse in hoofdzaak ter plekke bereide en voor directe consumptie geschikte eetwaren of dranken plegen te worden verstrekt;
terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt voor gebruik ter plaatse.
-
Onder de overige begrippen in deze afdeling wordt verstaan dat wat de Alcoholwet daaronder verstaat.
Artikel 2:20
Exploitatie openbare inrichting
-
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een openbare inrichting of terras te exploiteren.
-
De burgemeester weigert de vergunning als:
de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan of in het geval het maximum aantal vergunningen is bereikt; of
redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag voor de vergunning vermelde in overeenstemming zal zijn.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat:
het woon- of leefklimaat of de openbare orde in de omgeving van de openbare inrichting of het terras op ontoelaatbare manier nadelig wordt beïnvloed; of
de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is.
-
Bij de toepassing van de in het derde lid en onder a genoemde weigeringsgronden houdt de burgemeester rekening met:
het karakter van de straat en de wijk waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen;
de aard van de openbare inrichting;
de spanning waaraan het woon- en leefklimaat ter plaatse al blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie;
de manier van bedrijfsvoering door de exploitant of de leidinggevende.
-
Als de aanvraag om een vergunning ook betrekking heeft op één of meer bij de openbare inrichting behorende terrassen op de openbare plaats of het openbaar water, beslist de burgemeester over de ingebruikneming van die openbare plaats of openbaar water bestemd voor het terras.
-
De burgemeester kan de ingebruikneming van de openbare plaats als bedoeld in het vijfde lid weigeren als:
het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats of het openbaar water of gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;
dat gebruik een belemmering kan worden voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats of het openbaar water.
-
Het bepaalde in het vijfde en zesde lid is niet van toepassing op activiteiten binnen een bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening aangewezen gebied waar vanwege de aanwezigheid van een weg of waterstaatswerk regels gelden over activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor die weg of dat waterstaatswerk.
-
De vergunning vervalt als een wijziging plaatsvindt in de bedrijfsvoering van de openbare inrichting.
-
Het eerste lid geldt niet voor door de burgemeester aangewezen soorten openbare inrichtingen.
-
Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de aanvraag om een vergunning bedoeld in het eerste lid.
Artikel 2:21
Sluitingstijd
-
Openbare inrichtingen zijn gesloten dagelijks tussen 00.00 uur en 06.00 uur (sluitingstijd), tenzij door het bevoegde bestuursorgaan in nadere regels anders is bepaald.
-
Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de openbare inrichting te laten verblijven na sluitingstijd.
-
De burgemeester kan andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijke openbare inrichting of een daarbij behorend terras.
-
De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd.
-
Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:20, negende lid, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.
-
Het bepaalde in het eerste, derde en vierde lid is niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.
-
Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de aanvraag om een ontheffing bedoeld in het vierde lid.
Artikel 2:22
Het college als bevoegd bestuursorgaan
Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college van burgemeester en wethouders bij de toepassing van de artikelen 2:20 en 2:21 op als bevoegd bestuursorgaan.
Artikel 2:23
Onderscheid naar de aard van de paracommerciële rechtspersoon
-
Er zijn twee categorieën paracommerciële rechtspersonen:
wijk- en buurtondernemingen, sociaal culturele instellingen en dergelijke (cluster 1);
sportverenigingen, educatieve instellingen, kerken en instellingen van levensbeschouwelijke aard en dergelijke (cluster 2).
-
De burgemeester bepaalt voor elke paracommerciële rechtspersoon in welke cluster deze wordt ingedeeld. Voor cluster 1 en cluster 2 kunnen verschillende beperkingen en voorwaarden gelden.
Artikel 2:24
Schenk- en sluitingstijden paracommerciële rechtspersoon
-
Het is toegestaan om alcoholhoudende drank te verstrekken gedurende één uur voor, tijdens en tot twee uur na een verenigingsactiviteit, mits die activiteit past binnen de statutaire doelstelling van de paracommerciële rechtspersoon.
-
De paracommerciële rechtspersoon die is ingedeeld in cluster 2, verstrekt, in afwijking van het eerste lid, alleen alcoholhoudende drank op:
maandag tot en met vrijdag na 17.00 uur en tot uiterlijk twee uur na de laatste reguliere activiteit van de paracommerciële rechtspersoon;
zaterdag na 15.00 uur en tot uiterlijk twee uur na de laatste reguliere activiteit van de paracommerciële rechtspersoon;
zondag na 12.00 uur en tot uiterlijk twee uur na de laatste reguliere activiteit van de paracommerciële rechtspersoon.
-
De schenktijd kan daarbij niet later komen te liggen dan 01.00 uur.
-
Het is de paracommerciële rechtspersoon verboden bezoekers toe te laten in de openbare inrichting na 00.00 uur.
-
Het is de paracommerciële rechtspersoon verboden de openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de openbare inrichting te laten verblijven tussen 01.00 uur en 06.00 uur.
-
De burgemeester kan door een voorschrift andere sluitingstijden vaststellen voor een openbare inrichting of een daarbij behorend terras.
Artikel 2:25
Afwijking schenk- en sluitingstijden paracommerciële rechtspersoon
-
De burgemeester kan in geval van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van de schenk- en sluitingstijden tot ten hoogste 02.00 uur:
voor wijk- en buurtverenigingen, sociaal culturele instellingen en dergelijke (cluster 1) met een maximum van zes keer per jaar;
voor sportverenigingen, educatieve instellingen, kerken en instellingen van levensbeschouwelijke aard en dergelijke (cluster 2) met een maximum van twee keer per jaar.
-
De burgemeester kan incidenteel in geval van zeer bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van de in de vergunning opgenomen schenk- en sluitingstijd.
Artikel 2:26
Bijeenkomsten van persoonlijke aard en verhuur aan derden
-
Het is de paracommerciële rechtspersoon die is ingedeeld in cluster 2 verboden om bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken in of vanuit de openbare inrichting voor gebruik ter plaatse tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bij verhuur aan derden, tenzij het een van de uitzonderingen genoemd in het tweede lid betreft.
-
De paracommerciële rechtspersoon die is ingedeeld in cluster 2, verstrekt alcoholhoudende drank jaarlijks voor ten hoogste:
zes bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen;
nul bijeenkomsten die zijn gericht op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de beherende paracommerciële rechtspersoon zijn betrokken.
-
De paracommerciële rechtspersoon doet uiterlijk vijf werkdagen vóór een bijeenkomst van persoonlijke aard en bij verhuur aan derden hiervan melding aan de burgemeester
-
Het is verboden om de mogelijkheid tot het houden van bijeenkomsten van persoonlijke aard en de verhuur van het pand voor deze en andere bijeenkomsten of activiteiten die niet behoren tot de statutaire doelstelling van de paracommerciële rechtspersoon openlijk aan te prijzen of onder de aandacht te brengen met bijvoorbeeld posters, brochures, publicaties in kranten of tijdschriften, internet of via social media als sprake is van oneerlijke mededinging
Artikel 2:27
Afwijking sluitingstijd
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen of terrassen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiten.
Artikel 2:28
Sluiting van een openbare inrichting of terras en intrekking of schorsing van de vergunning
-
De burgemeester kan, onverminderd het bepaalde in artikel 2:27, een openbare inrichting of een terras sluiten als daar:
is gehandeld zonder geldige vergunning als bedoeld in artikel 2:20;
is gehandeld in strijd met artikel 1 van de Wet op de kansspelen;
door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn of zijn verworven of overgedragen;
discriminatie heeft plaatsgevonden op grond van ras, geslacht, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook;
wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend, of
zich andere feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van de openbare inrichting of het terras ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de vergunning als bedoeld in artikel 2:20 intrekken of schorsen als aannemelijk is dat de exploitant of leidinggevende betrokken is bij of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten in verband met activiteiten als bedoeld in artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet of bij andere activiteiten in of vanuit de openbare inrichting die een gevaar opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting of het terras of als naar zijn oordeel de manier van bedrijfsvoering of het levensgedrag, als bedoeld in artikel 2:20, derde lid, onder b, en vierde lid, onder d, een dergelijk gevaar of een dergelijke bedreiging vormen.
Artikel 2:29
Verboden gedragingen
-
Het is verboden in een openbare inrichting:
de orde te verstoren;
zich, als bezoeker, te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit als bedoeld in artikel 2:27 en artikel 2:28;
bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse te verstrekken tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die in de betreffende openbare inrichting of op het betreffende terras wordt gevraagd.
[vervallen]
-
Het is de paracommerciële rechtspersoon die op grond van artikel 2:23 is ingedeeld in cluster 2 verboden sterke drank aanwezig te hebben of te verstrekken.
Artikel 2:30
Kennisgeving nachtverblijf
-
In dit artikel wordt onder inrichting verstaan: elke ruimte waarin bij wijze van uitoefening van beroep of bedrijf aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt gegeven.
-
Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding daarvan staakt, moet daarvan binnen drie dagen daarna schriftelijk kennisgeven aan de burgemeester.
-
Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder moet de exploitant of de feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek verstrekken.
Artikel 2:31
Speelgelegenheden
-
In dit artikel wordt onder speelgelegenheid verstaan: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof het bedrijfsmatig is, de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen waarbij premies, geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.
-
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren. Dit verbod geldt niet voor:
speelcasino’s waarvoor op grond van artikel 27h van de Wet op de kansspelen een vergunning is vereist;
kansspelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30b van de Wet op de kansspelen een vergunning is verleend;
speelgelegenheden waarvoor een vergunning van de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit is vereist;
speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te beoefenen, waar gelegenheid wordt gegeven te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen of waar gelegenheid wordt gegeven tot de in artikel 1, onder a, van de Wet op de kansspelen omschreven handeling.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als:
naar zijn oordeel het woon- en leefklimaat in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde of de veiligheid nadelig wordt beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid;
de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan.
-
De vergunning vervalt als er een wijziging plaatsvindt in de bedrijfsvoering van de speelgelegenheid.
-
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Artikel 2:32
Betreden gesloten woning, openbare inrichting of lokaal
-
Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.
-
Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.
-
Het is verboden een krachtens artikel 2:28 gesloten openbare inrichting of terras te betreden.
-
Het is verboden een krachtens artikel 2:55 gesloten gebouw of erf te betreden.
-
Het verbod geldt niet voor personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende redenen noodzakelijk is.
Artikel 2:33
Plakken en kladden
-
Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.
-
Het is verboden op een openbare plaats of op een (on)roerende zaak:
een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding op welke manier dan ook aan te brengen of aan te laten brengen of
met water, kalk, krijt, teer, een kleur- of verfstof of op andere manier een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of aan te laten brengen. Dit verbod geldt niet voor zover er sprake is van recreatief gebruik van krijt op een openbare plaats en de openbare orde niet wordt verstoord of dreigt te worden verstoord.
-
Het verbod in het tweede lid geldt niet als:
wordt gehandeld krachtens wettelijk voorschrift;
wordt gehandeld met schriftelijke toestemming van de rechthebbende op de openbare plaats of de zaak, of
het aanbrengen of laten aanbrengen geschiedt op een plaats die vanaf de openbare plaats niet zichtbaar is.
-
Het college kan aanplakobjecten aanwijzen die alleen zijn bestemd voor het aanbrengen van meningsuitingen die geen reclame zijn.
-
Het college kan voor het gebruik van de aangewezen aanplakobjecten nadere regels stellen mits deze geen betrekking hebben op de inhoud van de meningsuiting.
Artikel 2:34
Vervoer aanplakgereedschap
-
Het is verboden op een openbare plaats of op het openbaar water enig aanplakbiljet, plakmiddel, plakgereedschap, hogedrukreiniger, kalk, krijt, teer, kleur- of verfstof of verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben.
-
Het verbod geldt niet als aannemelijk is dat deze voorwerpen of stoffen niet zijn gebruikt of bestemd voor handelingen die op grond van artikel 2:33 zijn verboden.
Artikel 2:35
Vervoer inbrekerswerktuigen en geprepareerde voorwerpen
-
Het is verboden op een openbare plaats of het openbaar water een werktuig, gereedschap of ander voorwerp te vervoeren of bij zich te hebben, dat ertoe kan dienen zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.
-
Het is verboden op een openbare plaats of het openbaar water in de nabijheid van een winkel een tas of andere zaak te vervoeren of bij zich te hebben, die er kennelijk toe dient om het plegen van diefstal uit winkels te vergemakkelijken.
-
De verboden gelden niet als redelijkerwijs aannemelijk is dat de in het eerste en tweede lid bedoelde zaken niet zijn bestemd voor de daar bedoelde handelingen.
Artikel 2:36
Hinderlijk gedrag en straatintimidatie op openbare plaatsen
-
Het is verboden:
op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, heining of andere afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd straatmeubilair;
zich op een openbare plaats of het openbaar water op te houden op een manier die voor andere gebruikers of omwonenden onnodig overlast of hinder veroorzaakt.
-
Het verbod geldt is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de artikelen 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2:37
Verboden gebruik van drank
-
Het is verboden op een openbare plaats of op openbaar water alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben als dit gepaard gaat met gedrag dat de openbare orde verstoort, het woon- en leefklimaat aantast of op een andere manier overlast veroorzaakt.
-
Het is verboden op door de burgemeester aangewezen openbare plaatsen of op openbaar water alcoholhoudende drank te nuttigen of bij zich te hebben in aangebroken flessen, blikjes en dergelijke.
-
Het in het tweede lid bedoelde verbod geldt niet op een terras als bedoeld in artikel 2:18, eerste lid en onder c.
-
De burgemeester kan plaatsen en tijden aanwijzen waarop het in het tweede lid bedoelde verbod niet geldt.
-
Het verbod in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 27 van de Scheepvaartverkeerswet, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 45 van de Alcoholwet.
Artikel 2:38
Verboden gebruik van lachgas
-
Het is verboden op een openbare plaats lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of voorwerpen of stoffen bestemd voor dat gebruik bij zich te hebben, als dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of op een andere manier hinder veroorzaken.
-
Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of voorwerpen of stoffen bestemd voor dat gebruik bij zich te hebben.
Artikel 2:38a
Messen en steekwapens
-
Het is verboden op een openbare plaats, het openbaar water of in voor publiek toegankelijke gebouwen gebruiksmessen zonder duidelijk en legitiem doel bij zich te hebben.
-
Het verbod geldt niet voor wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie en geldt ook niet voor gebruiksmessen die zodanig zijn ingepakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik geschikt zijn.
Artikel 2:38b
Slapen op of aan de weg
-
Het is verboden de weg als slaapplaats te gebruiken of op een openbare plaats of het openbaar water een voertuig, vaartuig, woonwagen, tent of ander onderkomen als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daarvoor gelegenheid te bieden.
-
Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.
-
Het verbod geldt niet voor een vaartuig waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 3:3 van de Verordening fysieke leefomgeving is verleend of als de Beleidsregel inzake vissend overnachten aan het water van toepassing is.
-
Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de aanvraag om een ontheffing als bedoeld in het tweede lid.
Artikel 2:39
Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen en voor publiek toegankelijke ruimten
-
Het is anderen dan de bewoners of gebruikers van een gebouw verboden:
zonder redelijk doel tegen een deur, raam of vensterbank te zitten, te liggen, te leunen of zich op een andere manier hinderlijk op te houden in de onmiddellijke omgeving van dat gebouw;
zonder redelijk doel of op voor anderen kennelijk hinderlijke manier zich op te houden in de voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte(n) van dat gebouw.
-
Het is verboden zonder redelijk doel of op voor anderen kennelijk hinderlijke manier zich op te houden in of bij een portiek, een portaal, een parkeergarage, een rijwielstalling of een soortgelijke, voor publiek toegankelijke ruimte of deze ruimte te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor zij is bestemd.
Artikel 2:40
Doen van natuurlijke behoefte
Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten de daarvoor bestemde plaatsen.
Artikel 2:41
Verontreiniging door honden
-
Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.
-
De verplichting om uitwerpselen van een hond onmiddellijk te verwijderen is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.
Artikel 2:43
Overlast van fiets of bromfiets op markt en evenemententerrein en dergelijke
Het is verboden zich op door het college of de burgemeester aangewezen uren en plaatsen, met een fiets of bromfiets te bevinden op een door het college of burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering, evenement, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan bezoekers van het terrein.
Artikel 2:44
Gevaarlijke honden
-
Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander.
-
De eigenaar of houder van een hond aan wie een aanlijngebod is opgelegd, moet de hond kort aangelijnd houden, met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.
-
De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting bedoeld in het tweede lid verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf die:
vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen;
door een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is, en
zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.
-
Het is verboden te handelen in strijd met een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod.
-
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond op zijn terrein zonder muilkorf te laten loslopen als de burgemeester een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd als bedoeld in het eerste lid of heeft meegedeeld dat hij de hond gevaarlijk acht, of als de hond is opgeleid voor bewakings-, opsporings- en verdedigingswerk.
-
6. Het in het vierde lid genoemde verbod geldt niet als:
op een vanaf de weg zichtbare plaats een naar het oordeel van de burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht;
het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder het terrein te betreden; en
het terrein is voorzien van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen.
-
Een hond als bedoeld in het eerste lid dient te zijn voorzien van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door een microchip die met een chipreader afleesbaar is.
Artikel 2:44a
Loslopende honden
-
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:
op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op andere door het college aangewezen plaatsen;
binnen de bebouwde kom als de hond niet is aangelijnd; of
buiten de bebouwde kom op door het college aangewezen plaatsen als de hond niet is aangelijnd; of
als de hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiekenmerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.
-
Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b en c, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
-
De verboden in het eerste lid, aanhef en onder a, b en c, zijn niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond:
die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden en de hond als zodanig is gekwalificeerd, of
die deze hond gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
Artikel 2:45
Bedelarij
Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op een openbare plaats of aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw om geld of andere zaken te bedelen.
Artikel 2:45a
Geluidhinder door motorvoertuigen en bromfietsen
Het is verboden zich op de weg met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te gedragen, dat daardoor voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder ontstaat.
Artikel 2:46
Begripsbepaling
In deze afdeling wordt onder handelaar verstaan: degene die op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen.
Artikel 2:47
Verplichtingen over het verkoopregister
-
De handelaar moet aantekeningen van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere manier overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te nemen:
het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;
de datum van verkoop of overdracht van het goed;
een omschrijving van het goed, daaronder begrepen – voor zover dat mogelijk is – soort, merk en nummer van het goed;
de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed;
de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.
-
De burgemeester kan bepalen dat de verplichting als bedoeld in het eerste lid ook of alleen langs elektronische weg kan geschieden.
-
De burgemeester kan ontheffing verlenen van de verplichting als bedoeld in het eerste lid.
-
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Artikel 2:48
Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht
De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:
de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven.
een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie werkdagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed is verkregen.
Artikel 2:49
Afsteekverbod vuurwerk
Het is verboden vuurwerk, anders dan bedrijfsmatig, tot ontbranding te brengen, met uitzondering van fop- en schertsvuurwerk.
Artikel 2:50
Carbidschieten
-
Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsel met vergelijkbare eigenschappen op explosieve manier te verbranden (carbidschieten).
-
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.
-
Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie of het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2:51
(Drugs)handel en openlijk (drugs)gebruik
-
Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet, is het verboden zich op een openbare plaats, het openbaar water, in een voertuig of in een vaartuig op te houden of zich daarmee heen en weer te bewegen met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, slaapmiddelen, kalmeringsmiddelen, stimulerende middelen of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling, af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
-
Het is verboden op een openbare plaats, het openbaar water of in een voertuig of vaartuig middelen als bedoeld in de artikel 2 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, of voorbereidingen daartoe te verrichten of voor dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.
-
Het is verboden op een door de burgemeester aangewezen openbare plaats, het openbaar water of in een voertuig of vaartuig middelen als bedoeld in de artikel 3 van de Opiumwet of daar op gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, of voorbereidingen daarvoor te verrichten.
Artikel 2:52
Bestuurlijke ophouding
De burgemeester kan in overeenstemming met artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats, als deze personen het bepaalde in de volgende artikelen groepsgewijs niet naleven:
artikel 2:1, 2:7, tweede lid, 2:18, 2:36, 2:37, 2:39 en 2:51 van deze verordening;
artikel 5:16 van de Verordening fysieke leefomgeving.
Artikel 2:53
Aanwijzing veiligheidsrisicogebied
De burgemeester kan in overeenstemming met artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens of bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.
Artikel 2:54
Cameratoezicht op openbare plaatsen
-
De burgemeester kan in overeenstemming met artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur voor het toezicht op een openbare plaats.
-
De burgemeester heeft deze bevoegdheid ook ten aanzien van de volgende andere plaatsen: parkeerterreinen, parkeergarages, winkelcentra en het openbaar water.
Artikel 2:55
Sluiting van een voor publiek openstaand gebouw of erf
-
In dit artikel wordt verstaan onder voor het publiek openstaand gebouw of daarbij behorend erf: een gebouw of erf als bedoeld in artikel 174, eerste lid, van de Gemeentewet, met uitzondering van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:19, eerste lid en onder b, of een seksinrichting als bedoeld in artikel 3:1, onder k.
-
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- en leefklimaat besluiten tot de gehele of gedeeltelijke sluiting van een voor publiek openstaand gebouw of daarbij behorend erf.
-
Op aanvraag kan de burgemeester een sluiting opheffen wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.
-
Op de aanvraag om opheffing van de sluiting is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Artikel 2:56
Aanpak woonoverlast
-
Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
-
De burgemeester kan een last onder dwangsom of onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke:
geluid- of geurhinder;
hinder van dieren;
hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn;
overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf;
intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.