1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 wordt de vergunning als bedoeld in artikel 3:5 ingetrokken als:

    1. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

    2. de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven;

    3. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid;

    4. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:6, eerste lid onder a tot en met h;

    5. de houder dit verzoekt.

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de vergunning als bedoeld in artikel 3:5 worden geschorst of ingetrokken als:

    1. er sprake is van gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten waarbij de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning;

    2. is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het bepaalde in het eerste lid en onder c;

    3. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- of leefomgeving of de gezondheid van prostituees of klanten;

    4. de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt;

    5. er bij het seksbedrijf of escortbedrijf personen zijn tewerkgesteld die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel;

    6. voor de duur van tenminste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning;

    7. er is gehandeld in strijd met het bedrijfsplan;

    8. er is gehandeld in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen.