1. Het is verboden op openbare plaatsen of het openbaar water door handelingen, houding, woord, gebaar of op een andere manier, passanten te bewegen, uit te nodigen of aan te lokken om gebruik te maken van de diensten van een prostituee.

  2. Het is verboden zich op openbare plaatsen of het openbaar water op enige manier dwingend te bemoeien met een prostituee.

  3. Met het oog op de naleving van het in het eerste en tweede lid bedoelde verbod, kan door een ambtenaar van politie of een buitengewoon opsporingsambtenaar van de unit Veiligheid, team Handhaving het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.

  4. Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:6, vijfde lid, kan door een ambtenaar van politie of een buitengewoon opsporingsambtenaar van de unit Veiligheid, team Handhaving aan personen die zich bevinden op de openbare plaatsen of het openbaar water bedoeld in het eerste en tweede lid, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.

  5. De burgemeester kan met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:6, vijfde lid, personen aan wie tenminste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het vijfde lid, verbieden zich tijdens een bepaalde termijn, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op de in dat besluit aangegeven openbare plaats(en) of het openbaar water. Degene die een verbod heeft gekregen moet hieraan onmiddellijk te voldoen.

  6. De burgemeester beperkt het verbod bedoeld in het vijfde lid als dat in verband met persoonlijke omstandigheden van de betrokkene noodzakelijk is.