De inkomstenbelasting wordt geheven over het door de belastingplichtige in het kalenderjaar genoten:
belastbare inkomen uit werk en woning;
belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang en
belastbare inkomen uit sparen en beleggen.
De inkomstenbelasting wordt geheven over het door de belastingplichtige in het kalenderjaar genoten:
belastbare inkomen uit werk en woning;
belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang en
belastbare inkomen uit sparen en beleggen.
Het belastbare inkomen uit werk en woning wordt bepaald:
voor binnenlandse belastingplichtigen: volgens de regels van hoofdstuk 3;
voor buitenlandse belastingplichtigen: volgens de regels van de afdelingen 7.2 en 7.5.
Het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang wordt bepaald:
voor binnenlandse belastingplichtigen: volgens de regels van hoofdstuk 4;
voor buitenlandse belastingplichtigen: volgens de regels van de afdelingen 7.3 en 7.5.
Het belastbare inkomen uit sparen en beleggen wordt bepaald:
voor binnenlandse belastingplichtigen: volgens de regels van hoofdstuk 5;
voor buitenlandse belastingplichtigen: volgens de regels van de afdelingen 7.4 en 7.5.