1. Reguliere voordelen behoren tot het werkelijke rendement in het kalenderjaar waarin zij zijn:

    1. ontvangen;

    2. verrekend;

    3. ter beschikking gesteld;

    4. rentedragend geworden; of

    5. vorderbaar en inbaar geworden.

  2. Negatieve reguliere voordelen behoren tot het werkelijke rendement in het kalenderjaar waarin zij zijn:

    1. betaald;

    2. verrekend;

    3. ter beschikking gesteld; of

    4. rentedragend geworden.