1. Belastbaar inkomen uit werk en woning is het inkomen uit werk en woning verminderd met de te verrekenen verliezen uit werk en woning (afdeling 3.13).

  2. Inkomen uit werk en woning is het gezamenlijke bedrag van:

    1. de belastbare winst uit onderneming (afdeling 3.2);

    2. het belastbare loon (afdeling 3.3);

    3. het belastbare resultaat uit overige werkzaamheden (afdeling 3.4);

    4. de belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen (afdeling 3.5);

    5. de belastbare inkomsten uit eigen woning (afdeling 3.6);

    6. de negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen (afdeling 3.8) en

    7. de negatieve persoonsgebonden aftrekposten (afdeling 3.9);

    8. verminderd met:

    9. de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld (afdeling 3.6a);

    10. de uitgaven voor inkomensvoorzieningen (afdeling 3.7) en

    11. de persoonsgebonden aftrek (hoofdstuk 6).