1. Het belastbare inkomen uit werk en woning wordt bepaald:

    1. voor binnenlandse belastingplichtigen: volgens de regels van hoofdstuk 3;

    2. voor buitenlandse belastingplichtigen: volgens de regels van de afdelingen 7.2 en 7.5.

  2. Het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang wordt bepaald:

    1. voor binnenlandse belastingplichtigen: volgens de regels van hoofdstuk 4;

    2. voor buitenlandse belastingplichtigen: volgens de regels van de afdelingen 7.3 en 7.5.

  3. Het belastbare inkomen uit sparen en beleggen wordt bepaald:

    1. voor binnenlandse belastingplichtigen: volgens de regels van hoofdstuk 5;

    2. voor buitenlandse belastingplichtigen: volgens de regels van de afdelingen 7.4 en 7.5.