-
Het voordeel uit sparen en beleggen wordt gesteld op 0,06% van het gedeelte van de grondslag sparen en beleggen dat behoort tot rendementsklasse I, vermeerderd met 5,33% van het gedeelte van die grondslag dat behoort tot rendementsklasse II (forfaitair rendement). De grondslag sparen en beleggen is de rendementsgrondslag aan het begin van het kalenderjaar (peildatum) voor zover die rendementsgrondslag meer bedraagt dan het heffingvrije vermogen. De omvang van het gedeelte van de grondslag sparen en beleggen dat behoort tot rendementsklasse I, onderscheidenlijk rendementsklasse II, wordt bepaald aan de hand van de volgende tabel.
-
Indien de belastingplichtige het gehele kalenderjaar dezelfde partner heeft of voor de toepassing van artikel 2.17 geacht wordt te hebben gehad, wordt bij de toepassing van het eerste lid uitgegaan van het op grond van artikel 2.17 aan hem toegerekende gedeelte van de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen. De gezamenlijke grondslag sparen en beleggen is de gezamenlijke rendementsgrondslag aan het begin van het kalenderjaar (peildatum) van de belastingplichtige en zijn partner voor zover die gezamenlijke rendementsgrondslag meer bedraagt dan het heffingvrije vermogen van de belastingplichtige en zijn partner.
-
Indien de belastingplichtige bij het begin van het kalenderjaar nog niet binnenlands belastingplichtig is, of indien de binnenlandse belastingplicht gedurende het kalenderjaar anders dan door overlijden eindigt, wordt eveneens uitgegaan van de rendementsgrondslag aan het begin van het kalenderjaar maar wordt het voordeel uit sparen en beleggen naar tijdsgelang herleid, waarbij gedeelten van kalendermaanden worden verwaarloosd.
Inhoud
Artikel 5.2 Wet inkomstenbelasting 2001 – Wettekst
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-01-2020.
Deze versie geldt vanaf 01-01-2020.
Officiële wettekst historische versie
Historische versies
21-02-2026
Huidig
01-01-2026
Historisch
25-08-2025
Historisch
19-07-2025
Historisch
25-04-2025
Historisch
15-03-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
30-04-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
01-07-2023
Historisch
26-06-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
01-04-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
28-12-2021
Historisch
01-08-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
01-07-2020
Historisch
08-04-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
23-07-2004
Historisch
11-03-2004
Historisch
01-03-2004
Historisch
01-01-2004
Historisch
01-01-2003
Historisch
26-09-2002
Historisch
25-09-2002
Historisch
29-08-2002
Historisch
23-07-2002
Historisch
22-07-2002
Historisch
16-07-2002
Historisch
01-07-2002
Historisch
26-05-2002
Historisch
01-04-2002
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 01-04-2002
Tekst van deze versie
- Het voordeel uit sparen en beleggen wordt gesteld op 4% (forfaitair rendement)0,06% van het gemiddeldegedeelte van de grondslag sparen en beleggen dat behoort tot rendementsklasse I, vermeerderd met 5,33% van het gedeelte van die grondslag dat behoort tot rendementsklasse II (forfaitair rendement). De grondslag sparen en beleggen is de rendementsgrondslag aan het begin van het kalenderjaar (begindatum)(peildatum) envoor dezover die rendementsgrondslag aan het einde van het kalenderjaar (einddatum), voorzover het gemiddelde meer bedraagt dan het heffingvrije vermogen. De omvang van het gedeelte van de grondslag sparen en beleggen dat behoort tot rendementsklasse I, onderscheidenlijk rendementsklasse II, wordt bepaald aan de hand van de volgende tabel.
- Indien de belastingplichtige het gehele kalenderjaar dezelfde partner heeft of voor de toepassing van artikel 2.17 geacht wordt te hebben gehad, wordt bij de toepassing van het eerste lid uitgegaan van het op grond van artikel 2.17 aan hem toegerekende gedeelte van de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen. De gezamenlijke grondslag sparen en beleggen is de gezamenlijke rendementsgrondslag aan het begin van het kalenderjaar (peildatum) van de belastingplichtige en zijn partner voor zover die gezamenlijke rendementsgrondslag meer bedraagt dan het heffingvrije vermogen van de belastingplichtige en zijn partner.
- Indien de belastingplichtige bij het begin van het kalenderjaar nog niet binnenlands belastingplichtig is, of indien de binnenlandse belastingplicht gedurende het kalenderjaar anders dan door overlijden eindigt, wordt eveneens uitgegaan van de rendementsgrondslag aan het begin van het kalenderjaar maar wordt het voordeel uit sparen en beleggen naar tijdsgelang herleid, waarbij gedeelten van kalendermaanden worden verwaarloosd.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.