Wet inkomstenbelasting 2001

Inhoud

Artikel 5.2 Wet inkomstenbelasting 2001 – Wettekst

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 25-09-2002.

Officiële wettekst historische versie

Het voordeel uit sparen en beleggen wordt gesteld op 4% (forfaitair rendement) van het gemiddelde van de rendementsgrondslag aan het begin van het kalenderjaar (begindatum) en de rendementsgrondslag aan het einde van het kalenderjaar (einddatum), voorzover het gemiddelde meer bedraagt dan het heffingvrije vermogen.

Historische versies

21-02-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 25-08-2025 Historisch 19-07-2025 Historisch 25-04-2025 Historisch 15-03-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 30-04-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2023 Historisch 26-06-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-04-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 28-12-2021 Historisch 01-08-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-07-2020 Historisch 08-04-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 23-07-2004 Historisch 11-03-2004 Historisch 01-03-2004 Historisch 01-01-2004 Historisch 01-01-2003 Historisch 26-09-2002 Historisch 25-09-2002 Historisch 29-08-2002 Historisch 23-07-2002 Historisch 22-07-2002 Historisch 16-07-2002 Historisch 01-07-2002 Historisch 26-05-2002 Historisch 01-04-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-04-2002.

Tekst van deze versie

Het voordeel uit sparen en beleggen wordt gesteld op 4% (forfaitair rendement) van het gemiddelde van de rendementsgrondslag aan het begin van het kalenderjaar (begindatum) en de rendementsgrondslag aan het einde van het kalenderjaar (einddatum), voorzover het gemiddelde meer bedraagt dan het heffingvrije vermogen.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet inkomstenbelasting 2001