Het voordeel uit sparen en beleggen wordt gesteld op 4% (forfaitair rendement) van het gemiddelde van de rendementsgrondslag aan het begin van het kalenderjaar (begindatum) en de rendementsgrondslag aan het einde van het kalenderjaar (einddatum), voorzover het gemiddelde meer bedraagt dan het heffingvrije vermogen.
Inhoud
Artikel 5.2 Wet inkomstenbelasting 2001 – Wettekst
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-04-2002.
Deze versie geldt vanaf 01-04-2002.
Officiële wettekst historische versie
Historische versies
21-02-2026
Huidig
01-01-2026
Historisch
25-08-2025
Historisch
19-07-2025
Historisch
25-04-2025
Historisch
15-03-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
30-04-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
01-07-2023
Historisch
26-06-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
01-04-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
28-12-2021
Historisch
01-08-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
01-07-2020
Historisch
08-04-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
23-07-2004
Historisch
11-03-2004
Historisch
01-03-2004
Historisch
01-01-2004
Historisch
01-01-2003
Historisch
26-09-2002
Historisch
25-09-2002
Historisch
29-08-2002
Historisch
23-07-2002
Historisch
22-07-2002
Historisch
16-07-2002
Historisch
01-07-2002
Historisch
26-05-2002
Historisch
01-04-2002
Historisch
Tekst van deze versie
Het voordeel uit sparen en beleggen wordt gesteld op 4% (forfaitair rendement) van het gemiddelde van de rendementsgrondslag aan het begin van het kalenderjaar (begindatum) en de rendementsgrondslag aan het einde van het kalenderjaar (einddatum), voorzover het gemiddelde meer bedraagt dan het heffingvrije vermogen.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.