-
In deze afdeling wordt verstaan onder:
alcoholhoudende drank: dat wat daaronder verstaan wordt in de Alcoholwet;
droge horeca: een openbare inrichting waar geen sprake is van het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholische dranken voor gebruik ter plaatse;
natte horeca: een openbare inrichting waar het horecabedrijf wordt uitgeoefend als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet.
openbare inrichting:
een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis, strandpaviljoen of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt;
een afhaal- en/of bezorgzaak, waaronder wordt verstaan de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waar bedrijfsmatig of anders dan om niet uitsluitend voor gebruik elders dan ter plaatse in hoofdzaak ter plekke bereide en voor directe consumptie geschikte etenswaren en/of dranken plegen te worden verstrekt;
een terras buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt;
para commerciële horeca: een openbare inrichting die wordt geëxploiteerd door een para commerciële rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet;
strandpaviljoen: een openbare inrichting die zich geheel of gedeeltelijk bevindt op het strand;
terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt;
terras aan de openbare weg: een terras dat direct grenst aan de openbare weg en/of rechtstreeks vanaf de openbare weg toegankelijk is.
-
In deze afdeling wordt niet onder bezoekers verstaan:
de gezinsleden van de exploitant van de inrichting, alsmede zijn elders wonende bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn ontbreekt, in de zijlaan tot en met de derde graad;
de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede personen bedoeld in artikel 438, derde lid van het Wetboek van Strafrecht(hotelgasten en hun medereizigers);
de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.
Algemene plaatselijke verordening Schagen 2026 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:48
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:50a
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:59a
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:64a
- Artikel 2:64b
- Artikel 2:65
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Afdeling Strand
Afdeling Overige vormen van openluchtrecreatie
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Strafbepaling-, overgangs- en slotbepalingen
Afdeling
Artikel 2:28
Exploitatie openbare inrichting
-
Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
-
De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan of indien de aanvrager geen verklaring omtrent gedrag met betrekking tot de leidinggevende overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
-
Bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde weigeringsgronden houdt de burgemeester rekening met:
het karakter van de straat en de wijk waarin het horecabedrijf is gelegen of gelegen zal zijn;
de aard en omvang van het horecabedrijf;
het bestaande woon- en leefklimaat ter plaatse;
de wijze van bedrijfsvoering door de exploitant of de leidinggevende en diens levensgedrag.
-
Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een:
winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
zorginstelling;
museum;
bedrijfskantine of -restaurant; of
paracommerciële inrichtingen.
-
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:28A
Nadere regels openbare inrichtingen
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het woon- en leefklimaat, de veiligheid, de zedelijkheid of de gezondheid nadere regels stellen voor de exploitatie.
Artikel 2:29
Sluitingstijd
-
Openbare inrichtingen zijn gesloten:
voor zowel ‘natte als droge horeca’: op maandag tot en met vrijdag tussen 02:00 uur en 06:00 uur, en op zaterdag en zondag en tijdens jaarwisseling en koningsnacht tussen 04:00 uur en 06:00 uur.
Voor zover het inrichtingen betreft uit de categorie ‘strandpaviljoens’: tussen 02:00 uur en 06:00 uur.
voor zover het inrichtingen betreft uit de categorie ‘paracommerciële horeca’: tussen 00:00 uur en 06:00 uur en tijdens de jaarwisseling en koningsnacht tussen 01:00 uur en 06:00 uur.
voor zover het een afhaal en/of bezorgzaak betreft de tijden van de Winkeltijdenwet;
voor zover het terrassen betreft die zijn gelegen op (of direct grenzend) aan de openbare weg of die behoren bij strandpaviljoens:
op zaterdag en zondag en tijdens de jaarwisseling en koningsnacht: tussen 02:00 uur en 06:00 uur;
op maandag tot en met vrijdag: tussen 00:00 uur en 06:00 uur.
Voor zover het overige terrassen betreft: tussen 00:00 uur en 06:00 uur.
-
Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd.
-
De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd.
-
Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.
-
Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.
-
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
-
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en veiligheid nadere regels stellen met betrekking tot door horecaondernemers te treffen maatregelen.
Artikel 2:30
Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting
-
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
Artikel 2:31
Verboden gedragingen
Het is verboden in een openbare inrichting:
de orde te verstoren;
zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid;
op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras.
Artikel 2:32
Handel binnen openbare inrichtingen
De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.
Artikel 2:33
Het college als bevoegd bestuursorgaan
Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.