1. Paracommerciële rechtspersonen mogen geen alcoholhoudende drank verstrekken:

    1. tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en

    2. tijdens bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn.

  2. Het bepaalde in het eerste lid blijft voor bijeenkomsten als bedoeld in het eerste lid onder a buiten toepassing als de inrichting van de paracommerciële rechtspersoon is gelegen binnen een bebouwde kom waar het horecabedrijf uitsluitend door paracommerciële rechtspersonen wordt uitgeoefend en minimaal één van de personen waar de bijeenkomst betrekking op heeft woonachtig is binnen die bebouwde kom.

  3. Het bepaalde in het eerste lid blijft voor bijeenkomsten als bedoeld in het eerste lid onder b buiten toepassing:

    1. als de inrichting van de paracommerciële rechtspersoon is gelegen binnen een bebouwde kom waar het horecabedrijf uitsluitend door paracommerciële rechtspersonen wordt uitgeoefend;

    2. als de bijeenkomst is gericht op personen die rechtstreeks betrokken zijn bij stichtingen of verenigingen die zich richten op activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard.

  4. Het bepaalde in het eerste lid blijft voorts buiten toepassing als aannemelijk wordt gemaakt dat het verstrekken van alcoholhoudende drank tijdens de bijeenkomst niet leidt tot oneerlijke mededinging met horeca-ondernemers, niet zijnde paracommerciële rechtspersonen, die gevestigd zijn binnen de bebouwde kom waar de bijeenkomst wordt gehouden.

  5. Van een bijeenkomst als bedoeld in het vierde lid moet minimaal 4 weken vooraf melding worden gemaakt aan de burgemeester. Bij de melding moet gemotiveerd worden aangegeven waarom het verstrekken van alcoholhoudende drank niet leidt tot oneerlijke mededinging als bedoeld in het vierde lid. Als de burgemeester tot het oordeel komt dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat het verstrekken van alcoholhoudende drank niet zal leiden tot oneerlijke mededinging als bedoeld in het vierde lid, kan hij het verstrekken van alcoholhoudende drank tijdens die bijeenkomst verbieden.