In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. Badseizoen: de periode van 1 april tot 1 oktober daaraanvolgend van enig jaar;

  2. Badstrand: (vervallen);

  3. Kamperen: (vervallen);

  4. Reddingmaatschappij: de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM);

  5. Reddingsbrigades : de onder de Koninklijke Nederlandse Bond tot het Redden van Drenkelingen (KNBRD) vallende reddingsbrigades;

  6. Snelle motorboot: een klein schip dat bij gebruik van zijn mechanische middelen tot voortbeweging sneller kan varen dan 20 km/uur;

  7. Strand: het zeestrand met haar aangrenzende helling of beloop van de duinen aan de zeezijde, evenals de droogliggende banken;

  8. Strandvonder: de strandvonder en hulpstrandvonders als bedoeld in de Wet op de strandvonderij;

  9. Toegangspaden: de afritten van wegen en paden welke vanaf de openbare weg toegang geven tot het strand;

  10. Vaartuigen: vaartuigen met motor, waaronder in ieder geval ook begrepen een motorboot, een waterscooter, een jetski en vaartuigen zonder motor met geringe afmetingen en lichte constructie, waaronder in ieder geval begrepen een kano, zeilboot, (kite)surfplank, een rubberboot;

  11. Vaste vistuigen: vaste tuigen of instrumenten om vis mee te vangen, waaronder in ieder geval begrepen visnetten, fuiken, warnetten, staande netten;

  12. Waterrecreatie: het tegen betaling verrichten van handelingen in of op het water ten behoeve van vermaak van personen;

  13. Waterscooter: een snelle motorboot, gebouwd of ingericht om door één of meer personen skiënd door of over het water te worden voortbewogen;

  14. Watersport: het verrichten van handelingen door personen in of op het water ter bevordering van vaardigheden en/of kracht.