1. Het is in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente en/of ter voorkoming of beëindiging van overlast of hinder of gevaarzetting, of ter voorkoming van schade verboden op door het college aangewezen plaatsen, fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.

  2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden op of aan een openbare plaats, dan wel in of buiten de openbare fietsparkeervoorzieningen, (brom)fietsen of vergelijkbare vervoermiddelen

    1. langer dan een maand onafgebroken te laten staan;

    2. die rij technisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeren langer dan drie achtereenvolgende dagen te laten staan.