Algemene plaatselijke verordening Schagen 2026 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Afdeling Strand
Afdeling Overige vormen van openluchtrecreatie
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Strafbepaling-, overgangs- en slotbepalingen

Afdeling

Strand

Artikel 2:79a

Definities

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. Badseizoen: de periode van 1 april tot 1 oktober daaraanvolgend van enig jaar;

  2. Badstrand: (vervallen);

  3. Kamperen: (vervallen);

  4. Reddingmaatschappij: de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM);

  5. Reddingsbrigades : de onder de Koninklijke Nederlandse Bond tot het Redden van Drenkelingen (KNBRD) vallende reddingsbrigades;

  6. Snelle motorboot: een klein schip dat bij gebruik van zijn mechanische middelen tot voortbeweging sneller kan varen dan 20 km/uur;

  7. Strand: het zeestrand met haar aangrenzende helling of beloop van de duinen aan de zeezijde, evenals de droogliggende banken;

  8. Strandvonder: de strandvonder en hulpstrandvonders als bedoeld in de Wet op de strandvonderij;

  9. Toegangspaden: de afritten van wegen en paden welke vanaf de openbare weg toegang geven tot het strand;

  10. Vaartuigen: vaartuigen met motor, waaronder in ieder geval ook begrepen een motorboot, een waterscooter, een jetski en vaartuigen zonder motor met geringe afmetingen en lichte constructie, waaronder in ieder geval begrepen een kano, zeilboot, (kite)surfplank, een rubberboot;

  11. Vaste vistuigen: vaste tuigen of instrumenten om vis mee te vangen, waaronder in ieder geval begrepen visnetten, fuiken, warnetten, staande netten;

  12. Waterrecreatie: het tegen betaling verrichten van handelingen in of op het water ten behoeve van vermaak van personen;

  13. Waterscooter: een snelle motorboot, gebouwd of ingericht om door één of meer personen skiënd door of over het water te worden voortbewogen;

  14. Watersport: het verrichten van handelingen door personen in of op het water ter bevordering van vaardigheden en/of kracht.

Artikel 2:79b

Vaartuigen

  1. Het is verboden:

    1. een vaartuig vanaf de weg of vanuit zee op het strand te brengen, op het strand te hebben of vanaf het strand in zee te brengen;

    2. met een vaartuig in de door boeien gemarkeerde gebieden tussen de strandhoofden te varen.

  2. De in het eerste lid gestelde verboden zijn niet van toepassing op:

    1. vaartuigen in gebruik bij politie, kustbeheerder, reddingmaatschappij en reddingsbrigades;

    2. door het college nader aan te wijzen weg- en/of strandgedeelten;

    3. surfplanken buiten de maanden mei tot en met september.

  3. Het college kan ontheffing verlenen van het in lid 1 genoemde verbod.

  4. Het college kan strandgedeelten aanwijzen als activiteitenstrand ten behoeve van al dan niet nader omschreven vormen van watersport en/of waterrecreatie.

Artikel 2:80

Voertuigen

  1. Het is zonder ontheffing van het college verboden met voertuigen, sulky’s, alsmede zeilwagens, vliegerbuggy’s, windrijders en andere dergelijke zeilvoertuigen op het strand te rijden, deze aldaar te brengen of te hebben.

  2. Het in eerste lid gestelde verbod geldt niet voor fietsen, zeilwagens, windrijders, vliegerbuggy’s, sulky’s en andere dergelijke voertuigen:

    1. buiten het badseizoen;

    2. gedurende het badseizoen vóór 09.00 uur en na 19.00 uur;

  3. Het in het eerste lid vervatte verbod geldt niet voor voertuigen ten behoeve van het uitvoeren van taken door de kustbeheerder, de reddingmaatschappij, de reddingsbrigades, de strandvonder, de brandweer, de politie en ambtenaren van de gemeente Schagen;

  4. Het college kan strandgedeelten aanwijzen waar het verbod in het eerste lid niet geldt voor nader te definiëren voertuigen en onder nader te stellen voorwaarden.

Artikel 2:83

Rijdieren

  1. Het is verboden gedurende het badseizoen van 09.00 uur tot 19.00 uur op het strand of de toegangspaden een paard of een ander rijdier te berijden of mee te voeren.

  2. De eigenaar of houder van het rijdier is verplicht ervoor te zorgen dat het rijdier zich niet van uitwerpselen ontdoet op het strand of de toegangspaden en eventuele uitwerpselen te verwijderen.

  3. De strafbaarheid wegens overtreding van het in het tweede lid gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van het rijdier er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd.

  4. Het gestelde in het eerste en tweede lid geldt niet voor ambtenaren van de politie bij uitoefening van hun taak.

Artikel 2:86

Afvalresten

Het is verboden op of aan het strand of de toegangspaden:

  1. Spijsresten, papier, afval of andere voorwerpen of stoffen weg te stoppen, te begraven of te laten liggen;

  2. voertuigen of andere voorwerpen te reinigen of te doen reinigen.

Artikel 2:88

Ongeklede recreatie

De volgende gedeelten van het strand zijn aangewezen als plaatsen die geschikt zijn voor ongeklede openbare recreatie als bedoeld in artikel 430a van het Wetboek van Strafrecht:

  1. het gedeelte tussen strandpaal 8.400 en strandpaal 9.400;

  2. het gedeelte tussen strandpaal 14.500 en strandpaal 16.800.

Artikel 2:90

Drijfmiddelen

  1. Het is verboden zich, al of niet voortgetrokken door een vaartuig, met een luchtbed of luchtkussen, een opblaasbare band of ander voorwerp, dat als drijfmiddel kan worden gebruikt, in zee te begeven of te bevinden.

  2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het als zodanig gebruiken of aan boord van een voertuig hebben van reddingsmiddelen.

  3. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

Artikel 2:91

Baden

  1. Degenen die zich vanaf het strand in zee begeeft dan wel zich in zee bevindt, is verplicht de aanwijzingen van de dienstdoende ambtenaren van politie, badmeesters en/of leden van de reddingsbrigade op te volgen.

  2. Het is verboden zich in zee te begeven of te bevinden op plaatsen en/of tijden waar dit verbod door middel van een of meer borden en/of vlaggen is aangeduid.

Artikel 2:92

Goederen, diensten e.d.

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 5:14 en 5:15 van deze verordening is het verboden zonder vergunning van het college op of aan het strand of de toegangspaden:

  1. goederen, hoe dan ook genaamd, te verkopen, te verhuren of ten verkoop of verhuur in voorraad te hebben;

  2. tegen betaling of andere vergoeding, in welke vorm dan ook, zich aan te bevelen of beschikbaar te stellen voor het verrichten van enigerlei diensten of prestatie;

  3. een inrichting te hebben, bestemd tot of gebruikt voor het nemen van zee-, zonne- of luchtbaden;

  4. redevoeringen, toespraken of een openbare vertoning te houden;

  5. enig strandgedeelte of toegangspad geheel of gedeeltelijk af te sluiten.

Artikel 2:95a

Vliegeren

  1. Het is verboden op het strand of de toegangspaden vliegers op te laten of daarboven (in de lucht) aanwezig te hebben die bestuurbaar zijn door twee of meer stuurlijnen.

  2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op de door het college hiervoor aangewezen strandgedeelten.

Artikel 2:95b

Vaste vistuigen

  1. Het is, onverminderd het bepaalde in en krachtens de Visserijwet 1963, verboden vanaf het strand te vissen met vaste vistuigen indien het gebruik van die vaste vistuigen kan leiden tot gevaar voor zwemmers en andere gebruikers van het strand.

  2. Het gebruik van vaste vistuigen vanaf het strand wordt in ieder geval geacht te kunnen leiden tot gevaar als bedoeld in het eerste lid indien dat vistuig niet is voorzien van drijvers die de gehele lengte van het vistuig markeren en die duidelijk zichtbaar zijn voor zwemmers en andere gebruikers van het strandgedeelte waar het vistuig is geplaatst.

  3. Het college kan in het belang van de openbare orde en veiligheid nadere regels stellen ten aanzien van het gebruik van vaste vistuigen.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening Schagen 2026