1. De burgemeester kan aan een door hem op grond van deze verordening verleende ontheffing voorschriften verbinden in het belang van het reguleren van het gebruik van alcoholhoudende drank.

  2. De burgemeester kan een ontheffing als bedoeld in het eerste lid intrekken indien:

    1. Niet langer wordt voldaan aan de in het eerste lid bedoelde voorschriften;

    2. Zich feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de ontheffing gevaar oplevert voor de openbare orde.