1. Het is verboden:

    1. een vaartuig vanaf de weg of vanuit zee op het strand te brengen, op het strand te hebben of vanaf het strand in zee te brengen;

    2. met een vaartuig in de door boeien gemarkeerde gebieden tussen de strandhoofden te varen.

  2. De in het eerste lid gestelde verboden zijn niet van toepassing op:

    1. vaartuigen in gebruik bij politie, kustbeheerder, reddingmaatschappij en reddingsbrigades;

    2. door het college nader aan te wijzen weg- en/of strandgedeelten;

    3. surfplanken buiten de maanden mei tot en met september.

  3. Het college kan ontheffing verlenen van het in lid 1 genoemde verbod.

  4. Het college kan strandgedeelten aanwijzen als activiteitenstrand ten behoeve van al dan niet nader omschreven vormen van watersport en/of waterrecreatie.