1. Het is verboden om binnen de bebouwde kom, op minder dan 100 meter gemeten vanaf een gevel van een woning van derden of andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidshinder, een landbouw of motorvoertuig of pomp in bedrijf te hebben voor het aandrijven van een beregeningsinstallatie voor de beregening van landbouwgewassen.

  2. Het gestelde in het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing als er ter plaatse aan het bevoegd gezag kan worden aangetoond dat er gebruik wordt gemaakt van een geluidsarm of geluidsgedempt landbouw- of motorvoertuig of pomp.

  3. Het is de eigenaar en/of gebruiker van een perceel grond verboden daarop een beregeningsinstallatie in werking te hebben op een zodanige wijze dat door het beregeningswater overlast of hinder ontstaat voor eigenaren of gebruikers van omliggende percelen en wegen.