1. Het is onverminderd het bepaalde in de artikelen 162 en 163 van het Wetboek van Strafrecht, verboden zonder vergunning van het college:

    1. In openbare wateren palen, afsluitbomen of andere voorwerpen, welke de kennelijke bedoeling hebbende in- en uitvaart te voorkomen dan wel te verhinderen, aan te brengen, te maken of te hebben;

    2. Op, in of boven de walkanten van de onder a. bedoelde wateren, aanduidingen of kennisgevingen aan te brengen, te maken of te hebben, waarbij ter kennis gebracht wordt dat verboden is bedoelde wateren te bevaren.