1. Onverminderd artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd:

    1. in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;

    2. indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt dan wel de sociale leefbaarheid of de kwaliteit van het leefmilieu van de gemeentekernen in het geding komt;

    3. indien het innemen van de standplaats overlast veroorzaakt voor gebruikers of zakelijk gerechtigden van in de nabijheid gelegen onroerende zaken;

    4. indien het intensief gebruik van de weg of de ruimtelijke omstandigheden ter plaatse het innemen van een standplaats niet toelaat;

    5. in het belang van de verkeersvrijheid of –veiligheid;

    6. wegens strijd met een geldend bestemmingsplan.