1. Het verbranden van het bij de rietoogst vrijkomend rietsluik is toegestaan gedurende de periode van 1 oktober tot 20 april.

  2. Het college is bevoegd, gehoord de afdeling plaatselijke afdeling van de Vereniging voor de Rietcultuur en Vereniging Natuurmonumenten, de in het eerste lid genoemde periode te wijzigen.

  3. Het verbranden van rietsluik is niet toegestaan op zon- en feestdagen en na zonsondergang.