De burgemeester kan de in artikel 2:34b, lid 1, bedoelde vergunning weigeren indien:

  1. de exploitant of de leidinggevende(n) niet voldoet aan de in artikel III gestelde eisen;

  2. de exploitant of de leidinggevende(n) binnen drie jaar voor de aanvraag een inrichting heeft geëxploiteerd die op grond van (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde, dan wel aantasting van het woon- en leefklimaat, dan wel op grond van artikel 13b van de Opiumwet, gesloten is geweest;

  3. de vestiging of exploitatie strijd oplevert met het geldende bestemmingsplan of beheersverordening of omgevingsplan;

  4. naar het oordeel van de burgemeester het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de inrichting;

  5. de vestiging of exploitatie strijd oplevert met de nadere regels als bedoeld in artikel 2:34b, lid 2;

  6. in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur;

  7. de vestiging leidt tot concentratie van inrichtingen in een bepaald gebied;

  8. de inrichting is gevestigd in de nabijheid van een school of jongerencentrum.