De burgemeester kan een inrichting, al dan niet voor een bepaalde termijn, gesloten verklaren indien:

a. de exploitant van de inrichting handelt in strijd met het bepaalde in de artikelen 2:65 en 2:66 of artikelen 2 of 3 van de Opiumwet;

b. de exploitant van de inrichting handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften.