1. Bij overlijden van de vergunninghouder kan de openbare inrichting door of namens een van zijn rechtsopvolgers, die voldoen aan de persoonseisen zoals bedoeld in artikel 8, eerste en tweede lid van de Alcoholwet, worden voortgezet tot een maand na het overlijden of indien binnen die termijn ter zake een nieuwe vergunning is aangevraagd tot het tijdstip waarop op deze aanvraag onherroepelijk is beslist.

  1. De vergunning geldt uitsluitend voor een of meer in de vergunning vermelde ruimten.