1. Het bevoegd orgaan kan aan een vergunning voorwaarden en voorschriften verbinden.

    a. Voorwaarden komen voort uit deze verordening en worden ten aanzien van de vergunning van de exploitant expliciet opgenomen;

    b. Voorschriften kunnen door het bevoegd orgaan aan een vergunning worden verbonden en dienen door exploitant en/of leidinggevenden te worden nageleefd.

  2. Gevolgen van voorwaarden en voorschriften:

    a. Het niet nakomen van voorwaarden, voorschriften, nadere regels of de bepalingen in deze verordening kan leiden tot het (tijdelijk) sluiten van de inrichting of intrekken van de vergunning;

    b. Het niet nakomen van voorwaarden, voorschriften, nadere regels of bepalingen in deze verordening leidt tot toepassing van sanctie(s), zoals neergelegd in het Horecasanctiebeleid welk beleid onderdeel uitmaakt van deze verordening.

  3. De in het eerste lid, sub b, bedoelde voorschriften kunnen onder meer betrekking hebben op:

    a. De openings- en sluitingstijden van de horeca-inrichting;

    b. De verkoop van dranken en eetwaren via een loket of automaat vanuit of buiten de besloten ruimte van de horeca-inrichting;

    c. De wijze waarop handelsreclame mag worden gevoerd;

    d. Het aantal bezoekers dat gelijktijdig in de inrichting aanwezig mag zijn;

    e. De aanwezigheid van de leidinggevende.

  4. Het bevoegd orgaan kan de aan een vergunning verbonden voorschriften wijzigen dan wel nieuwe voorschriften aan de vergunning verbinden.

  5. Het is verboden te handelen in strijd met één of meer van de aan de vergunning verbonden voorschriften.