Algemene plaatselijke verordening Heerlen 2021 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
HOOFDSTUK ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK OPENBARE ORDE
AFDELING BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDEN
AFDELING BETOGING
AFDELING VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN
AFDELING VEILIGHEID OP DE WEG
AFDELING TOEZICHT OP EVENEMENTEN
AFDELING TOEZICHT OP OPENBARE INRICHTINGEN
AFDELING Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Alcoholwet
AFDELING MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID
AFDELING BEPALINGEN TER BESTRIJDING VAN HELING VAN GOEDEREN
AFDELING KERMISINRICHTINGEN
AFDELING
AFDELING CAMERATOEZICHT OP OPENBARE PLAATSEN
AFDELING WOONOVERLAST
AFDELING GEBRUIK VAN CONSUMENTENVUURWERK EN CARBIDSCHIETEN
HOOFDSTUK DRUGSHANDEL, OPENLIJK DRUGSGEBRUIK, HORECA-INRICHTINGEN, STRAATPROSTITUTIE, SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, ESCORTBEDRIJVEN, TEGENGAAN ONVEILIG, NIET LEEFBAAR EN MALAFIFE ONDERNEMERSKLIMAAT
HOOFDSTUK BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE
HOOFDSTUK ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE
HOOFDSTUK STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Paragraaf

Vergunningplicht

Artikel 3:47

Begripsomschrijvingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. exploitant: natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;

  2. beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteiten;

  3. bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt

    • in een gebouw, niet zijnde een inrichting zoals bedoeld in de artikelen 2:27, 2:66 of 3:30, of op een daarbij behorend perceel of in enige andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is, of

    • op een onbebouwd perceel.

Artikel 3:48

Aanwijzing vergunningplichtige bedrijfsmatige activiteiten

  1. De burgemeester kan gebouwen, percelen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waar(op) het verbod uit het tweede lid van toepassing is:

  2. een gebouw, perceel of gebied wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw, op het perceel dan wel in dat gebied naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat;

  3. een aanwijzing van een gebouw, perceel of gebied kan zich tot één of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken.

  4. een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend voor de gehele gemeente aangewezen als naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat.

  5. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen:

  6. in een door de burgemeester op grond van het eerste lid aangewezen gebouw, op een perceel of in een gebied voor door de burgemeester benoemde bedrijfsmatige activiteiten; of

  7. indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van het eerste lid aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft.

  8. De aanvraag daartoe dient te geschieden door middel van een door de burgemeester vastgesteld formulier.

  9. De vergunning is persoons- en pandgebonden en kan niet worden overgedragen.

  10. De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijf waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden.

  11. Op de vergunning als bedoeld in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 3:49

Weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, wordt een vergunning als bedoeld in artikel 3:48 geweigerd indien:

  1. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

  2. de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;

  3. de exploitant in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

  4. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;

  5. er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid Vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;

  6. de vestiging of exploitatie in strijd is met het geldend omgevingsplan;

  7. de exploitant of een of meer beheerders van het bedrijf binnen drie jaar vóór het indienen van de vergunningaanvraag een bedrijf heeft geëxploiteerd of daar leiding aan heeft gegeven, dat wegens het aantasten van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen, gesloten is geweest dan wel waarvoor de vergunning om die reden is ingetrokken.

Artikel 3:50

Beheerder

  1. De exploitant van een bedrijf kan beheerders aanstellen.

  2. De exploitant verzoekt de burgemeester met het daartoe aangewezen formulier en bijlagen om een beheerder bij te schrijven op het aanhangsel behorende bij de exploitatievergunning.

  3. Een beheerder die in enig opzicht van slecht levensgedrag is, wordt geweigerd of verwijderd van het aanhangsel.

  4. Het is verboden een bedrijf voor het publiek geopend te hebben indien in het bedrijf geen exploitant of beheerder feitelijk aanwezig is.

Artikel 3:51

Intrekking vergunning

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan een vergunning als bedoeld in artikel 3:48 worden ingetrokken indien:

  1. de exploitant in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

  2. de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf dan wel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed;

  3. er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden;

  4. er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid Vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;

  5. de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd dan wel sprake is van een gewijzigde exploitatie;

  6. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is;

  7. de vestiging of exploitatie in strijd is met het geldend omgevingsplan;

  8. zich in het betrokken bedrijf feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven der vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid;

  9. naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het bedrijf en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door het laten voortbestaan van de vergunning.

Artikel 3:52

Bevelen sluiting

De burgemeester kan een bedrijf als bedoeld in artikel 3:48 gesloten verklaren indien:

  1. de exploitant van het bedrijf handelt in strijd met het bepaalde in artikel 3:48, tweede lid;

  2. de exploitant van het bedrijf handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften.

  3. gehandeld wordt in strijd met het bepaalde in artikel 3:50, vierde lid.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening Heerlen 2021