Algemene plaatselijke verordening Heerlen 2021 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
HOOFDSTUK ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK OPENBARE ORDE
AFDELING BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDEN
AFDELING BETOGING
AFDELING VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN
AFDELING VEILIGHEID OP DE WEG
AFDELING TOEZICHT OP EVENEMENTEN
AFDELING TOEZICHT OP OPENBARE INRICHTINGEN
AFDELING Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Alcoholwet
AFDELING MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID
AFDELING BEPALINGEN TER BESTRIJDING VAN HELING VAN GOEDEREN
AFDELING KERMISINRICHTINGEN
AFDELING
AFDELING CAMERATOEZICHT OP OPENBARE PLAATSEN
AFDELING WOONOVERLAST
AFDELING GEBRUIK VAN CONSUMENTENVUURWERK EN CARBIDSCHIETEN
HOOFDSTUK DRUGSHANDEL, OPENLIJK DRUGSGEBRUIK, HORECA-INRICHTINGEN, STRAATPROSTITUTIE, SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, ESCORTBEDRIJVEN, TEGENGAAN ONVEILIG, NIET LEEFBAAR EN MALAFIFE ONDERNEMERSKLIMAAT
HOOFDSTUK BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE
HOOFDSTUK ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE
HOOFDSTUK STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

HOOFDSTUK

DRUGSHANDEL, OPENLIJK DRUGSGEBRUIK, HORECA-INRICHTINGEN, STRAATPROSTITUTIE, SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, ESCORTBEDRIJVEN, TEGENGAAN ONVEILIG, NIET LEEFBAAR EN MALAFIFE ONDERNEMERSKLIMAAT

Artikel 3:1

Drugshandel op straat

  1. Het is verboden op of aan de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.

  2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Opiumwet.

Artikel 3:1a

Hinderlijk drugsgebruik

  1. Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw, voor zover die weg of plaats dan wel dat gebouw deel uitmaakt van een door de burgemeester aangewezen gebied, middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.

  2. Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben, als dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken.

Artikel 3:21

Begripsomschrijving

In deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  1. prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.

Artikel 3:22

Prostitutieverbod

  1. Het is verboden op of aan een weg of een gedeelte van een weg door houding, woord, gebaar of op andere wijze, handelingen te verrichten waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze worden verricht om zich ter prostitutie aan te bieden.

  2. Het is verboden op of aan een weg of een gedeelte van een weg door houding, woord, gebaar of op andere wijze, handelingen te verrichten waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze worden verricht om een ander tot prostitutie aan te lokken of daartoe uit te nodigen.

  3. Het is verboden personen, van wie redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij zich ter prostitutie aanbieden in de zin van het eerste lid en personen die tot prostitutie uitnodigen of aanlokken in de zin van het tweede lid, daarbij te ondersteunen.

Artikel 3:27

Handhaving openbare weg

Met het oog op de naleving van de in artikel 3:22 gestelde verboden kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.

Artikel 3:30

Begripsomschrijvingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  1. prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

  2. prostitué(e): degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

  3. inrichting: een seksinrichting en een escortbedrijf;

  4. seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon en seksclub, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;

  5. escortbedrijf: een bedrijf gevoerd door een natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;

  6. sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch pornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht dan wel verhuurd;

  7. exploitant: de natuurlijke persoon of personen, of indien de aanvraag is gedaan door een rechtspersoon, de in het aanvraagformulier aangewezen tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, die een seksinrichting of escortbedrijf exploiteert;

  8. beheerder: de natuurlijke persoon die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een seksinrichting of escortbedrijf;

  9. bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering van:

  10. de exploitant;

  11. de beheerder;

  12. de prostitué(e);

  13. het personeel dat in de inrichting werkzaam is;

  14. toezichthouders als bedoeld in artikel 6:2;

  15. andere personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.

Artikel 3:31

Bevoegd bestuursorgaan

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.

Artikel 3:32

Nadere regels

Het college kan ter bescherming van de in artikel 3:43 genoemde belangen nadere regels vaststellen.

Artikel 3:33

Vergunningplicht

  1. Het is verboden een inrichting te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.

  2. De aanvraag daartoe dient te geschieden door middel van een door het bevoegd bestuursorgaan vastgesteld formulier.

  3. In de aanvraag om een vergunning wordt in ieder geval vermeld en bijgevoegd:

  4. de persoonsgegevens van de exploitant;

  5. de persoonsgegevens van de beheerder;

  6. de aard van de inrichting;

  7. de locatie van de inrichting;

  8. het aantal werkzame prostituees;

  9. een bewijs van inschrijving in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel;

  10. een nauwkeurige plattegrondtekening van de inrichting, schaal tenminste 1:100, met vermelding van de oppervlakte van de verschillende ruimten in m2;

  11. een verklaring en het rapport van de GGD-OZL dat de seksinrichting voldoet aan de vereisten zoals gesteld in het Inspectie Hygiëne Protocol.

  12. De vergunning wordt uitsluitend verleend aan de exploitant. Zij is persoonsgebonden en kan niet worden overgedragen.

  13. Per inrichting wordt niet meer dan een aanvraag tegelijk in behandeling genomen.

  14. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

Artikel 3:35

Sluitingsuur

  1. Het is verboden een seksinrichting, met uitzondering van seksbioscopen en seksautomatenhallen, voor bezoekers geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven:

  2. op maandag tot en met vrijdag tussen 02.00 uur en 07.00 uur;

  3. op zaterdag en zondag tussen 03.00 uur en 07.00 uur.

  4. Het is verboden een seksinrichting, met uitzondering van seksbioscopen en seksautomatenhallen, voor bezoekers geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven:

  5. op maandag tot en met vrijdag tussen 02.00 uur en 07.00 uur;

  6. op zaterdag en zondag tussen 3.00 uur en 07.00 uur.

  7. In afwijking van het eerste lid kan het bevoegd bestuursorgaan door middel van een vergunningvoorschrift als bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting andere sluitingsuren vaststellen.

  8. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die inrichting krachtens het eerste lid of tweede lid gesloten dient te zijn.

  9. Het in het eerste, tweede en derde lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de op de Omgevingswet gebaseerde voorschriften.

Artikel 3:36

Afwijking sluitingsuur; sluiting

  1. Met het oog op de in artikel 3:43, tweede lid, genoemde belangen of in geval van handelen of nalaten in strijd met de bepalingen in dit hoofdstuk, de aan de vergunning verbonden voorschriften, of de nadere regels als bedoeld in artikel 3:32, kan het bevoegd bestuursorgaan van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet voor een bepaalde termijn de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht, doet het bevoegd bestuursorgaan mededeling van het in het eerste lid bedoelde besluit in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad.

Artikel 3:37

Intrekking van de vergunning

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan het bevoegde bestuursorgaan de vergunning intrekken met het oog op de in artikel 1:8 of artikel 3:43, tweede lid, genoemde belangen of in geval van handelen of nalaten in strijd met de eisen als bedoeld in artikel 3:43, de bepalingen in dit hoofdstuk, de aan de vergunning verbonden voorschriften, of de nadere regels als bedoeld in artikel 3:32.

Artikel 3:38

Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder

  1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:33 op de vergunning vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig is.

  2. De exploitant en de beheerder zijn verplicht er voortdurend op toe te zien dat in de inrichting:

  3. geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten als genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie;

  4. geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000 bepaalde.

Artikel 3:39

Verbod raamprostitutie

Het is aan personen van wie redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij zich op dat moment ter prostitutie aanbieden verboden zich binnenshuis bevindende, door handelingen, houding, woord, gebaar, kledij of op enige andere wijze de aandacht te trekken van iemand die zich op of aan de weg bevindt.

Artikel 3:40

Sekswinkels

Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of delen van de gemeente.

Artikel 3:41

Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke

  1. Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan te brengen:

  2. indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving op ontoelaatbare wijze aantast;

  3. anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels.

  4. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de Grondwet.

Artikel 3:42

Beslissingstermijn

  1. Het bevoegd bestuursorgaan beslist op de aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 3:33, eerste lid, binnen dertien weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.

  2. Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn beslissing eenmaal voor ten hoogste dertien weken verdagen.

Artikel 3:43

Weigeringsgronden

  1. door de leidinggevende(n) en/of ondernemer(s) c.q. diegene(n) die de rechtspersoon rechtsgeldig vertegenwoordigt(/en) niet wordt voldaan aan de eisen die bij of krachtens artikel 8, eerste en tweede lid van de Alcoholwet worden gesteld;

  2. de vestiging of de exploitatie van de inrichting in strijd is met het geldend omgevingsplan;

  3. er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensen-handel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000;

  4. de exploitant of de beheerder binnen de laatste vijf jaar exploitant of beheerder is geweest van een inrichting die voor ten minste één maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning als bedoeld in artikel 3:33 is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen verwijt treft;

  5. de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt.

  1. De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in artikel 3:33, eerste lid indien:

Artikel 3:44

Beëindiging exploitatie

Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.

Artikel 3:45

Wijziging beheer

  1. Indien de beheerder het beheer in de inrichting feitelijk heeft beëindigd geeft de exploitant daarvan binnen een week na de feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.

  2. Het beheer kan slechts worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3:43, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3:46

Vervallen vergunning

De vergunning vervalt:

  1. zodra de ingevolge artikel 3:33 op de vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de inrichting feitelijk heeft beëindigd;

  2. indien er een wijziging heeft plaatsgevonden in de persoon van de exploitant;

  3. indien er een wijziging van bouwkundige aard in de inrichting heeft plaatsgevonden;

  4. indien de inrichting naar een andere locatie wordt verplaatst.

Artikel 3:47

Begripsomschrijvingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. exploitant: natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;

  2. beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteiten;

  3. bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt

    • in een gebouw, niet zijnde een inrichting zoals bedoeld in de artikelen 2:27, 2:66 of 3:30, of op een daarbij behorend perceel of in enige andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is, of

    • op een onbebouwd perceel.

Artikel 3:48

Aanwijzing vergunningplichtige bedrijfsmatige activiteiten

  1. De burgemeester kan gebouwen, percelen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waar(op) het verbod uit het tweede lid van toepassing is:

  2. een gebouw, perceel of gebied wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw, op het perceel dan wel in dat gebied naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat;

  3. een aanwijzing van een gebouw, perceel of gebied kan zich tot één of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken.

  4. een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend voor de gehele gemeente aangewezen als naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat.

  5. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen:

  6. in een door de burgemeester op grond van het eerste lid aangewezen gebouw, op een perceel of in een gebied voor door de burgemeester benoemde bedrijfsmatige activiteiten; of

  7. indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van het eerste lid aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft.

  8. De aanvraag daartoe dient te geschieden door middel van een door de burgemeester vastgesteld formulier.

  9. De vergunning is persoons- en pandgebonden en kan niet worden overgedragen.

  10. De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijf waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden.

  11. Op de vergunning als bedoeld in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 3:49

Weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, wordt een vergunning als bedoeld in artikel 3:48 geweigerd indien:

  1. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

  2. de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;

  3. de exploitant in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

  4. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;

  5. er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid Vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;

  6. de vestiging of exploitatie in strijd is met het geldend omgevingsplan;

  7. de exploitant of een of meer beheerders van het bedrijf binnen drie jaar vóór het indienen van de vergunningaanvraag een bedrijf heeft geëxploiteerd of daar leiding aan heeft gegeven, dat wegens het aantasten van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen, gesloten is geweest dan wel waarvoor de vergunning om die reden is ingetrokken.

Artikel 3:50

Beheerder

  1. De exploitant van een bedrijf kan beheerders aanstellen.

  2. De exploitant verzoekt de burgemeester met het daartoe aangewezen formulier en bijlagen om een beheerder bij te schrijven op het aanhangsel behorende bij de exploitatievergunning.

  3. Een beheerder die in enig opzicht van slecht levensgedrag is, wordt geweigerd of verwijderd van het aanhangsel.

  4. Het is verboden een bedrijf voor het publiek geopend te hebben indien in het bedrijf geen exploitant of beheerder feitelijk aanwezig is.

Artikel 3:51

Intrekking vergunning

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan een vergunning als bedoeld in artikel 3:48 worden ingetrokken indien:

  1. de exploitant in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

  2. de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf dan wel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed;

  3. er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden;

  4. er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid Vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;

  5. de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd dan wel sprake is van een gewijzigde exploitatie;

  6. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is;

  7. de vestiging of exploitatie in strijd is met het geldend omgevingsplan;

  8. zich in het betrokken bedrijf feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven der vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid;

  9. naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het bedrijf en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door het laten voortbestaan van de vergunning.

Artikel 3:52

Bevelen sluiting

De burgemeester kan een bedrijf als bedoeld in artikel 3:48 gesloten verklaren indien:

  1. de exploitant van het bedrijf handelt in strijd met het bepaalde in artikel 3:48, tweede lid;

  2. de exploitant van het bedrijf handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften.

  3. gehandeld wordt in strijd met het bepaalde in artikel 3:50, vierde lid.

Artikel 3:53

Sluiting overlast gevende, voor het publiek openstaande gebouwen

  1. De burgemeester kan, indien zulks naar zijn oordeel in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- en leefklimaat is vereist, de gehele of gedeeltelijke sluiting bevelen van een voor het publiek openstaand gebouw – niet zijnde een inrichting als bedoeld in de artikelen 2:27, 2:66 of 3:30 – of een bij dat gebouw behorend erf, een perceel of perceelsge-deelte of enige andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is.

  2. Het is verboden een gesloten gebouw, erf, perceel, perceelsgedeelte of ruimte te bezoeken, als bezoeker daarin of daarop te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven zonder toestemming van de burgemeester.

Artikel 3:54

Sluiting voor het publiek openstaande gebouwen in geval van misdrijf

De burgemeester kan, ter bescherming van de openbare orde, de gehele of gedeeltelijke sluiting bevelen van een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf, een perceel of perceelsgedeelte of enige andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is, indien daar door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard, of verborgen zijn dan wel zijn verworven of overgedragen.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening Heerlen 2021