1. Het college is bevoegd bosgebieden of gedeelten daarvan aan te wijzen, waar het om redenen van milieubeheer verboden is hout te sprokkelen of gesprokkeld hout bij zich te hebben.

  2. Het is verboden op een, door het college, krachtens het eerste lid, aangewezen plaats hout te sprokkelen of gesprokkeld hout bij zich te hebben.

  3. Het in dit artikel bepaalde geldt niet:

  4. ten aanzien van door of met toestemming van de rechthebbende ter plaatse verkregen dan wel van elders afkomstig hout;

  5. indien de in dit artikel bedoelde handelingen worden verricht in het kader van normale onderhoudswerkzaamheden;

  6. voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Omgevingswet.

  7. Het in het tweede lid bepaalde geldt voorts niet:

  8. ten aanzien van hout afkomstig van houtopstanden waarop de Kapverordening niet van toepassing is;

  9. ten aanzien van hout dat moet worden verwijderd krachtens een verordening van het Bosschap.

  10. Het college kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod.

  11. Onder sprokkelen van hout wordt in dit artikel verstaan: het verzamelen en verwijderen van staand of losliggend, vermolmd dan wel uitdrogend, dood hout.

  12. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.