1. Het is de houder van een inrichting verboden toe te laten dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.

  2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor openbare verkopingen en veilingen.

  3. In dit artikel wordt verstaan onder:

  4. inrichting: de inrichting als bedoeld in artikel 2:27, lid 1, onder a;

  5. houder: de houder als bedoeld in artikel 2:27, lid 1, onder b.