1. De burgemeester kan, indien zulks naar zijn oordeel in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- en leefklimaat is vereist, de gehele of gedeeltelijke sluiting bevelen van een voor het publiek openstaand gebouw – niet zijnde een inrichting als bedoeld in de artikelen 2:27, 2:66 of 3:30 – of een bij dat gebouw behorend erf, een perceel of perceelsge-deelte of enige andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is.

  2. Het is verboden een gesloten gebouw, erf, perceel, perceelsgedeelte of ruimte te bezoeken, als bezoeker daarin of daarop te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven zonder toestemming van de burgemeester.