1. Het is verboden een inrichting te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.

  2. De aanvraag daartoe dient te geschieden door middel van een door het bevoegd bestuursorgaan vastgesteld formulier.

  3. In de aanvraag om een vergunning wordt in ieder geval vermeld en bijgevoegd:

  4. de persoonsgegevens van de exploitant;

  5. de persoonsgegevens van de beheerder;

  6. de aard van de inrichting;

  7. de locatie van de inrichting;

  8. het aantal werkzame prostituees;

  9. een bewijs van inschrijving in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel;

  10. een nauwkeurige plattegrondtekening van de inrichting, schaal tenminste 1:100, met vermelding van de oppervlakte van de verschillende ruimten in m2;

  11. een verklaring en het rapport van de GGD-OZL dat de seksinrichting voldoet aan de vereisten zoals gesteld in het Inspectie Hygiëne Protocol.

  12. De vergunning wordt uitsluitend verleend aan de exploitant. Zij is persoonsgebonden en kan niet worden overgedragen.

  13. Per inrichting wordt niet meer dan een aanvraag tegelijk in behandeling genomen.

  14. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.