1. de festiviteiten carnaval van carnavalsvrijdag tot en met carnavalsdins-dag, Koningsnacht en -dag en oudjaarsavond;

  2. door het college aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

  3. Het college kan voorschriften voorschrijven inzake het geluidniveau in het belang van:

    • het voorkomen van hinder voor de omgeving

    • de gezondheid van de bezoekers van de inrichting.

  1. De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 22.45 en 22.63 van het Omgevingsplan Heerlen gelden niet voor:

  2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer (Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer) gelden niet voor door het college aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

  3. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer delen van de gemeente.

  4. Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van de collectieve festiviteit bekend.

  5. Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.

  6. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, dient de houder van de inrichting voor dergelijke festiviteiten zodanige maatregelen te treffen dat overmatige hinder wordt voorkomen.