1. Het is verboden onaanvaardbare overlast te veroorzaken bij het binnen inrichtingen ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het Besluit.

  2. Indien aan de normen van tabel e worden voldoen is in ieder geval geen sprake van onaanvaardbare geluidsoverlast met dien verstande dat:

    1. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen;

    2. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein;

    3. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten;

    4. bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.

    5. Tabel

  1. Bij overschrijding van de normen van tabel e in het tweede lid kan het college ontheffing verlenen van de normen onder voorwaarden.

  2. Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het gehele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is dit artikel niet van toepassing.

  3. Het tweede lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in artikel 4:2, artikel 4:2a en artikel 4:3.