Een vergunning als bedoeld in artikel 2:32, tweede lid wordt geweigerd indien:

  1. een goede afwikkeling van het verkeer, waaronder voetgangers, in het belang van de verkeersveiligheid niet mogelijk is;

  2. vaststaat of met redenen is te vrezen dat de plaatsing van het terras een ontoelaatbare aantasting van het woon- en leefklimaat tot gevolg zal hebben en daaraan door het opleggen van voorschriften niet voldoende tegemoet kan worden gekomen;

  3. indien niet wordt voldaan aan de redelijke eisen van welstand.

  4. de exploitatie van het terras in strijd is met het omgevingsplan of verleende omgevingsvergunning.