1. Het is openbare inrichtingen toegestaan om, in afwijking van het tweede lid van artikel 2:29, op donderdag tot en met zaterdag alsmede op bijzondere dagen als bedoeld in artikel 2:29a maximaal 6 keer per kalenderjaar voor bezoekers geopend te zijn tot 06:00 uur de volgende dag, mits dit minimaal 15 werkdagen van tevoren aan de burgemeester is gemeld. Voor openbare inrichtingen met een ontheffing op grond van artikel 2:29b geldt een maximum van 10 keer per kalenderjaar.

  2. De burgemeester kan binnen 10 werkdagen na ontvangst van de melding besluiten de verlengde openingstijd te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde of de openbare veiligheid in gevaar komt.

  3. De burgemeester kan nadere regels stellen.

  4. Deze inrichtingen dienen gevestigd te zijn in de op basis van artikel 2:29, tweede lid aangewezen gebieden.

  5. Deze bepaling is niet van toepassing op een openbare inrichting die een cafetaria, lunchroom, koffie- of theezaak, ijssalon, snackbar, grillroom, buurthuis of clubhuis, shishalounge, coffeeshop of een daarmee gelijk te stellen horecabedrijf betreft.