1. Openbare inrichtingen mogen voor publiek geopend zijn vanaf 07:00 tot 01:00 uur de volgende dag. Op 31 december mogen openbare inrichtingen vanaf 07:00 tot 06:00 uur de volgende dag voor publiek geopend zijn.

  2. Openbare inrichtingen in door de burgemeester aangewezen gebieden mogen voor het publiek geopend zijn op zondag tot en met woensdag vanaf 07:00 uur tot 02:00 uur de volgende dag en van donderdag tot en met zaterdag alsmede op bijzondere dagen als bedoeld in artikel 2:29a vanaf 07:00 uur tot 04:00 uur de volgende dag.

  3. In afwijking van het tweede lid mogen openbare inrichtingen in de aangewezen gebieden het eerste weekend van de zomertijd in de nacht van zaterdag op zondag voor het publiek geopend zijn vanaf 07:00 uur tot 05:00 uur (zomertijd) de volgende dag.

  4. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven buiten de openingstijden.

  5. De burgemeester kan een ontheffing tot 05:00 uur, als bedoeld in artikel 2:29b, of een 24-uursontheffing, als bedoeld in artikel 2:29c, verlenen tot verlenging van de openingstijden.

  6. De burgemeester kan ten aanzien van de verlengde openingstijden als bedoeld in het tweede en vijfde lid nadere regels stellen.

  7. In afwijking van dit artikel gelden voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, tweede lid, dezelfde openingstijden als voor de inrichting waar deze deel van uitmaakt.

  8. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de ontheffingen bedoeld in het vijfde lid.