1. Het is een inrichting toegestaan maximaal 1 incidentele festiviteit per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting een termijn van 15 werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.

  2. Naast de onder het eerste lid genoemde activiteiten is het een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele sportgelieerde festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting een termijn van 15 werkdagen voor de aanvang van de activiteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.

  3. Het totaal aantal van de in het eerste en tweede lid bedoelde festiviteiten mag per kalenderjaar niet meer dan 12 bedragen. Indien tegelijkertijd een incidentele festiviteit en een sportgelieerde festiviteit plaatsvindt, dan geldt dit als een festiviteit zoals bedoeld in lid 1.

  4. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 incidentele sport gelieerde activiteiten per kalenderjaar te houden waarbij de verlichting langer ingeschakeld mag zijn dan gereguleerd in artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit, mits de houder van de inrichting een termijn van 15 werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.

  5. De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit of sport gelieerde activiteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.

  6. De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer de festiviteit of activiteit heeft plaatsgevonden zonder kennisgeving vooraf .

  7. Het college kan in het belang van de openbare orde, openbare veiligheid en de woon- en leefomgeving nadere regels opstellen voor het houden van incidentele en sportgelieerde festiviteiten.

  8. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening- op zondag tot en met donderdag uiterlijk beëindigd om 00:30 uur de volgende dag en op vrijdag en zaterdag uiterlijk om 01:00 uur de volgende dag.

  9. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.