1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

  2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.

  3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet voor de beslissing op:

    1. een aanvraag om een evenementenvergunning als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid;

    1. een aanvraag om vergunning voor het vestigen of exploiteren van een speelautomatenhal als bedoeld in artikel 2:40b, eerste lid;

    2. een aanvraag om vergunning voor het exploiteren van een seksinrichting of escortbedrijf als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid.

  4. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.