Algemene Plaatselijke Verordening Culemborg BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk en dergelijke
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Afdeling Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen

Afdeling

Bodem-, weg- en milieuverontreiniging

Artikel 4:7

Straatvegen

Het is verboden op een door het college ten behoeve van de werkzaamheden van de reinigingsdienst aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.

Artikel 4:7A

Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging

  1. Het is verboden buiten een daarvoor door het college bestemde plaats en buiten een inrichting in de zin van de Wet Milieubeheer een afvalstof, stof of voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins te plaatsen op een wijze die aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu.

  2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

  3. Het verbod is niet van toepassing op:

    1. het overeenkomstig de Afvalstoffenverordening Avri ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen;

    2. het thuis composteren van groenten-, fruit- en tuinafval;

    3. voor zover de (afval)stoffen tijdelijk op de weg geraken of worden gebracht als onvermijdelijk gevolg van het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen, dan wel het verrichten van andere werkzaamheden op of aan de weg.

  4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor situaties waarin wordt voorzien door de regionale Afvalstoffenverordening Avri, de Wet Bodemsanering of het Bouwstoffenbesluit.

Artikel 4:7B

Achterlaten van straatafval

  1. In dit artikel wordt verstaan onder straatafval: huishoudelijke afvalstoffen van zeer beperkte omvang en gewicht, zoals proppen, papier, plastic bekertjes en blikjes, niet zijnde klein chemisch afval, ontstaan buiten een perceel. Tevens wordt verstaan onder straatafval; uitwerpselen van honden die conform het bepaalde bij of krachtens artikel 2:58 worden opgeruimd.

  2. Het is verboden straatafval in de openbare ruimte achter te laten zonder gebruik te maken van de van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen.

  3. Het is verboden om andere afvalstoffen dan straatafval achter te laten in daartoe van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen.

  4. De in het tweede en derde lid gestelde verboden gelden niet voor situaties waarin wordt voorzien door de Afvalstoffenverordening Avri.

Artikel 4:8

Natuurlijke behoefte doen

Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten een daarvoor bestemde inrichting of plaats.

Artikel 4:9

Toestand van sloten en andere wateren en niet-openbare riolen en putten buiten gebouwen

Sloten en andere wateren en niet-openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.

Artikel 4:9A

Verbod oplaten (wens)ballonnen

  1. In dit artikel wordt onder een (wens)ballon verstaan: een onbemenste ballon die door middel van hete lucht afkomstig van vuur dan wel door middel van helium of andere gassen in de lucht wordt gebracht en waarbij de richting en/of hoogte van de ballon niet door menselijk ingrijpen, kan worden bepaald. Hieronder wordt mede verstaan: herdenkingsballon, vuurballon, gelukslampion, Thaise wensballon, geluksballon of een andere daarmee vergelijkbare ballon.

  2. Het is verboden één of meerdere ballonnen op te laten stijgen dan wel het oplaten van ballonnen in de open lucht te organiseren.

  3. Het verbod in dit artikel geldt niet voor zover de regels bij of krachtens de Wet luchtvaart van toepassing zijn.

  4. Het college kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Culemborg