1. De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.

  2. De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid eveneens ten aanzien van de volgende binnen de gemeente gelegen voor eenieder toegankelijke plaatsen, waaronder tenminste maar niet uitputtelijk:

    1. parkeerplaatsen;

    2. sportvelden;

    3. schoolpleinen;

    4. jongeren ontmoetingsplaatsen;

    5. trein- en busstations;

    6. parken.