1. Het is verboden met een voertuig te rijden door, dan wel deze te doen laten of te laten staan in een park of plantsoen, berm of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.

  2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op:

    1. wegen zoals bedoeld in artikel 1:1;

    2. voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam;

    3. voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die mede of uitsluitend voor dit doel zijn bestemd.

  3. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.