1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag handelsreclame te maken of te laten maken die vanaf een openbare plaats zichtbaar is.

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning als bedoeld in lid 1 worden geweigerd ter bescherming van het uiterlijk aanzien van de gemeente.

  3. Het verbod uit het eerste lid geldt niet voor reclame-uitingen die:

    1. zich bevinden in het inwendige deel van een onroerende zaak;

    2. aangebracht zijn op of bij een onroerende zaak en betrekking hebben op het beroep, de dienst of het bedrijf dat in die zaak wordt verricht of waartoe die zaak is bestemd en met een maximale afmeting van 0,6 m2;

    3. aangebracht zijn op of bij een onroerende zaak en betrekking hebben op de verkoop, verhuur of verpachting van die zaak;

    4. betrekking hebben op openbaar vervoer;

    5. aangebracht zijn op of bij bouwwerken in uitvoering en betrekking hebben op die uitvoering;

    6. betrekking hebben op in Culemborg geteelde agrarische seizoensproducten, en als de reclame-uiting niet groter is dan 4 m2 en maximaal voor de duur van 3 maanden per kalenderjaar aanwezig is op privaat onroerend goed.

  4. Vergunningsvrije reclame-uitingen als bedoeld in lid 3 mogen geen aantasting opleveren van de verkeersveiligheid, de openbare orde, het milieu, de volksgezondheid of het uiterlijk aanzien van de gemeente.

  5. Het gestelde in dit artikel geldt niet voor situaties waarin wordt voorzien door of krachtens de omgevingswet de Beleidsuitwerking Natuur en Landschap Gelderland of de artikelen 2:10 en 2:42 van deze verordening.