-
In deze afdeling wordt verstaan onder:
openbare inrichting:
een hotel, restaurant, pension, café, take away, afhaalzaken, bezorgbedrijven of daarmee gelijk te stellen bedrijven, coffeeshop, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis;
elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor consumptie ter plaatse worden verstrekt of bereid;
terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt.
barvrijwilliger: de natuurlijke persoon, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Alcoholwet, of de wet die hiervoor in de plaats treedt.
Leidinggevende:
de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de openbare inrichting wordt uitgeoefend;
de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan de openbare inrichting;
de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de openbare inrichting.
vergunninghouder: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon aan wie de vergunning, bedoeld in artikel 2:28 eerste lid, is verleend en de openbare inrichting exploiteert.
bezoeker: elke persoon in de openbare inrichting, met uitzondering van personeel, leidinggevenden, de vergunninghouder of andere personen die voor de openbare inrichting aanwezig horen te zijn.
ondergeschikte horeca: horecaactiviteiten welke onderdeel zijn van een andere hoofdactiviteit.
-
Onder openbare inrichting als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan: een bij dit bedrijf behorend terras en de andere aanhorigheden.
Algemene Plaatselijke Verordening Culemborg BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:47A
- Artikel 2:48
- Artikel 2:48A
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:50A
- Artikel 2:50B
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:59A
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:62A
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk en dergelijke
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Afdeling Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen
Afdeling
Artikel 2:28
Exploitatie openbare inrichting
-
Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
-
De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan.
-
De burgemeester weigert de vergunning als de aanvrager niet voldoet aan de eisen van artikel 2:28C van deze verordening.
-
Het eerste lid geldt niet voor ondergeschikte horeca wanneer een openbare inrichting in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de horeca een nevenactiviteit is van de winkelactiviteit en door dezelfde ondernemer in hetzelfde pand of lokaliteit wordt geëxploiteerd. Voor zowel de winkel als de openbare inrichting gelden de sluitingstijden in de Winkeltijdenwet. Ondergeschikte horeca zonder een exploitatievergunning is enkel toegestaan indien:
de activiteit past in het omgevingsplan;
de openings- en sluitingstijden van de horeca als nevenactiviteit hetzelfde als van de hoofdfunctie;
aan of bij de openbare weg geen aanduidingen worden gegeven waaruit op te maken valt dat in de inrichting etenswaren en dranken tegen betaling worden verstrekt voor gebruik ter plaatse;
er geen reclame wordt gemaakt voor de horeca als nevenactiviteit;
de horeca als nevenactiviteit inclusief zitgelegenheid of terras wordt uitgeoefend op een vloer- en grondoppervlakte dat niet meer bedraagt dan maximaal 25% van m2 wvo van de inrichting waarin de hoofdactiviteit wordt uitgeoefend, met een maximum van 35 m2 wvo;
er geen alcoholhoudende dranken worden verkocht;
de ondergeschikte horeca-activiteit voldoet aan alle wet- en regelgeving.
-
Van de bovenstaande criteria kan geen ontheffing worden verleend.
-
Het eerste lid geldt niet voor:
hotels waar uitsluitend voor hotelgasten dranken worden geschonken en/of eetwaren worden verstrekt;
prostitutiebedrijven waarvan een deel voor horeca is bestemd;
sauna's en zonnecentra;
bedrijfskantines- of restaurants;
kerken/synagogen/ moskeeën;
inrichtingen voor Bed & Breakfast indien tegelijkertijd aan niet meer dan 4 personen in maximaal 2 kamers bed & breakfast wordt aangeboden;
zorginstellingen;
musea waar uitsluitend voor museumgasten dranken worden geschonken en/of eetwaren worden verstrekt.
-
In afwijking van het bepaalde in artikel 2:10 beslist de burgemeester in geval van een vergunningaanvraag die ook betrekking heeft op een of meer bij de openbare inrichting behorende terrassen voor zover deze zich op een openbare plaats bevinden over de ingebruikneming van die plaats ten behoeve van het terras.
-
Onverminderd het gestelde in het tweede lid en in artikel 1:8 kan de burgemeester de in het vijfde lid bedoelde ingebruikneming van die plaats ten behoeve van een of meer bij een openbare inrichting horende terrassen weigeren:
als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van die openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;
als dat gebruik een belemmering kan worden voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats.
als het beoogde terras niet voldoet aan de eisen in het Handboek Horeca.
-
Het bepaalde in het vijfde en zesde lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de omgevingswet of de Omgevingsverordening Gelderland.
-
De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, als:
zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting; of
de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede lid.
-
De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het achtste lid, onder a.
Artikel 2:28A
Intrekkingsgronden
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de vergunning tijdelijk of voor onbepaalde tijd geheel of gedeeltelijk intrekken of wijzigen:
indien aannemelijk is, dat de houder van de openbare inrichting betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de inrichting, die een gevaar opleveren voor de openbare orde en/of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting;
indien de houder strafbare feiten pleegt in de openbare inrichting, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn openbare inrichting strafbare feiten worden gepleegd;
indien zich in of vanuit de openbare inrichting anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van de openbare inrichting gevaar oplevert voor de openbare orde en/of een bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting;
indien de exploitatie van de openbare inrichting voor een periode van langer dan zes maanden is of wordt onderbroken, alsmede indien er sprake is van een gewijzigde exploitatie, waarvoor geen nieuwe vergunning is aangevraagd.
indien de vergunninghouder of een of meer leidinggevenden niet voldoen aan de eisen uit artikel 2:28C van deze verordening;
indien de vergunninghouder in een periode van twee jaar minstens drie keer een verzoek heeft gedaan om een leidinggevende bij te schrijven die naar het oordeel van de burgemeester van slecht levensgedrag is.
Artikel 2:28B
Sluiting van openbare inrichtingen
-
De burgemeester kan een openbare inrichting - al dan niet voor een bepaalde duur - gesloten verklaren:
indien die openbare inrichting wordt geëxploiteerd zonder geldige vergunning;
indien die openbare inrichting wordt geëxploiteerd in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;
indien de burgemeester oordeelt, dat één van de in artikel 2:28A en/of 1:6, genoemde situaties waarin intrekking van de vergunning mogelijk is, zich voordoet.
-
De sluiting wordt geacht in het openbaar bekend te zijn gemaakt zodra een besluit tot sluiting op, in of nabij de toegang of toegangen van de openbare inrichting is aangebracht.
-
Een sluiting voor onbepaalde duur kan op aanvraag van een belanghebbende door de burgemeester worden opgeheven, indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en er naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn dat er geen herhaling van de gronden die tot de sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.
-
Het is de houder van de openbare inrichting verboden na het van kracht worden van de sluiting als bedoeld in het eerste lid, bezoekers tot de openbare inrichting toe te laten of daarin te laten verblijven.
Artikel 2:28C
Eisen leidinggevende
-
Leidinggevenden
hebben de leeftijd van 21 jaar bereikt;
voldoen aan de eisen ten aanzien van het zedelijk gedrag van het Alcoholbesluit;
zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;
-
Als een paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet de openbare inrichting exploiteert, voldoen ten minste twee leidinggevenden aan de in het eerste lid gestelde eisen.
Artikel 2:28D
Aanwezigheid leidinggevende
-
Het is verboden een openbare inrichting voor het publiek geopend te houden indien in deze inrichting niet aanwezig is:
een leidinggevende die vermeld staat op het aanhangsel bij de vergunning of een andere vergunning van dezelfde vergunninghouder of
een persoon wiens bijschrijving op grond van artikel 2.28E, eerste lid is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is beslist.
-
In afwijking van het eerste lid, is het een paracommerciёle rechtspersoon verboden een openbare inrichting geopend te houden als in deze inrichting niet aanwezig is:
een leidinggevende die vermeld staat op het aanhangsel bij de vergunning, bedoeld in artikel 2.28C, eerste lid, met betrekking tot die openbare inrichting of een andere vergunning van diezelfde vergunninghouder of
een persoon wiens bijschrijving op grond van artikel 2.28E, eerste lid is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is beslist.
een barvrijwilliger als bedoeld in artikel 2.27, sub c.
Artikel 2:28E
Wijziging leidinggevende
-
De vergunninghouder meldt een nieuwe leidinggevende bij de burgemeester. Hiervoor dient hij een aanvraag in om een persoon als leidinggevende bij te laten schrijven op het aanhangsel bij de vergunning.
-
De melding geldt als aanvraag tot wijziging van het aanhangsel.
-
De aanvraag wordt gesteld op een door de burgemeester vastgesteld formulier.
-
De burgemeester bevestigt onverwijld schriftelijk of elektronisch de ontvangst van de melding het aanhangsel te wijzigen.
-
De burgemeester weigert de wijziging van het aanhangsel:
als de persoon niet voldoet aan het bepaalde in artikel 2:28C, eerste lid;
in het geval en onder de voorwaarden, bedoel in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
-
De burgemeester verwijdert een leidinggevende van het aanhangsel wanneer de vergunninghouder of een leidinggevende daarom verzoekt.
-
Alvorens te beslissen op de aanvraag tot wijziging van het aanhangsel kan de burgemeester het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet vragen.
Artikel 2:28F
Inhoud exploitatievergunning en aanhangsel vergunning
-
De burgemeester vermeldt in een vergunning:
de exploitatie;
tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt;
de plaats waar de inrichting zich bevindt;
de situering en de oppervlakte van de inrichting;
de voorschriften of beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden.
-
De burgemeester vermeldt in een aanhangsel bij de vergunning de leidinggevenden.
-
De vergunning en het daarvan onderdeel uitmakende aanhangsel, of afschriften daarvan, en in voorkomende gevallen een afschrift van de aanvraag, bedoeld in artikel 2.28E, eerste lid, en de ontvangstbevestiging, bedoeld in artikel 2.28E, vierde lid, of een afschrift daarvan, zijn in de inrichting aanwezig.
Artikel 2:28G
Wijziging openbare inrichting
Als een openbare inrichting een zodanige verandering ondergaat dat zij niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning gegeven omschrijving, is de vergunninghouder verplicht bedoelde wijziging binnen één maand bij de burgemeester te melden. De burgemeester verstrekt, indien nog aan de ten aanzien van de openbare inrichting gestelde eisen wordt voldaan, een gewijzigde vergunning, waarin de ingevolge 2.28F, eerste lid vereiste omschrijving is aangepast aan de nieuwe situatie.
Artikel 2:29
Sluitingstijd en venstertijd
-
Voor commerciële horeca wordt geen sluitingstijd gehanteerd.
-
Het is een inrichting als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, onverminderd de bevoegdheid om voor reeds aanwezige bezoekers geopend te blijven, verboden tussen 02.00 uur en 08.00 uur bezoekers toe te laten.
-
Het verbod als genoemd in het tweede lid is niet van toepassing in de nacht van 31 december op 1 januari.
Artikel 2:29A
Sluitingstijd terras
-
Het is verboden om het terras voor bezoekers geopend te hebben tussen 24:00 en 9:00 uur, met uitzondering van de zondagen, waarop dit tussen 24:00 en 10:00 uur is.
-
De burgemeester verlengt de openingstijden voor terrassen met één uur als de volgende voorwaarden van toepassing zijn:
de verlening valt in de periode van 1 juli tot en met 30 september;
De verlenging geldt alleen voor de nacht van vrijdag op zaterdag en de nacht van zaterdag op zondag;
Op de dag ervoor heeft de gemeente Culemborg op haar website vermeld dat terrassen langer open mogen blijven, omdat een dagtemperatuur van 25graden Celsius of hoger wordt verwacht; en
Er gelden geen andere regels of voorschriften die zien op openingstijden van het terras. Is dat wel het geval dan gelden die regels of voorschriften.
-
Voor terrassen in de nabijheid van kerken of andere gebouwen voor openbare erediensten, kan een afwijkende sluitingstijd worden vastgesteld voor de zondagen.
Artikel 2:29B
(Vervallen)
Artikel 2:30
Afwijking venstertijden; tijdelijke sluiting
-
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere venstertijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
Artikel 2:31
Verboden gedragingen
Het is verboden in een openbare inrichting:
de orde te verstoren;
zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:28B, eerste lid, of artikel 2:30, eerste lid;
op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras.
Artikel 2:32
Handel binnen openbare inrichtingen
-
De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.
-
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor openbare verkopingen en veilingen
Artikel 2:33
Het college als bevoegd bestuursorgaan
Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.
Artikel 2:34
(Vervallen)