1. In deze paragraaf wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de open lucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.

  2. Onder standplaats wordt niet verstaan:

    1. vaste plaatsen op jaarmarkten of markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid aanhef en onder g, van de Gemeentewet;

    2. plaatsen op evenementen als bedoeld in artikel 2:24;

    3. plaatsen op snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22.