1. De rechthebbende op een onroerende zaak, voer- of vaartuig, is verplicht de maatregelen te gedogen, welke het college ter voorkoming van schade door ratten, muizen, ander ongedierte of ten gevolge van stank verspreidende stoffen aan eigendommen of gezondheid nodig acht.

  2. Het is verboden enige handelingen te verrichten waardoor de in het vorige lid bedoelde maatregelen geheel of gedeeltelijk hun werking kunnen verliezen.