1. Het college kan met het oog op het uiterlijk aanzien van de gemeente tijden en plaatsen aanwijzen waar het verboden is om:

    1. voertuigen die met inbegrip van lading, een lengte hebben van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter; en/of

    2. voertuigen die uitsluitend of mede voor de recreatie dan wel anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden worden gebruikt; en/of

    3. voertuigen die zijn voorzien van een aanduiding van handelsreclame; en/of

    4. voertuigen die in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeren;

    5. te plaatsen of te hebben op zodanige wijze dat deze vanaf een openbare plaats zichtbaar zijn.

  2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid.